Zoeken
  • Noguru

Als je het hebt, heb je het dan ook gekregen?

Je kunt het niet krijgen maar het is wel belangrijk om het te hebben, zei iemand ooit.


Stel, je luistert naar een mooi stukkie muziek, gespeeld door een musicus die je bewondert. En je denkt, dat wil ik ook kunnen. Dus je neemt muziekles net zo lang totdat je op dezelfde manier dat muziekstuk beheerst als de musicus die je bewondert. Dus je rust niet dat je hetzelfde krijgt als je toen hebt gekregen toen je ernaar luisterde.


Nu vraag je je af wat heeft dat met de eerste zin te maken?

En een nog grotere vraag wat heeft dat met liefde te maken?


Nu, 1 ding, je kunt niet een muziekstuk op dezelfde manier leren spelen als je favoriete musicus. Iedereen speelt zijn eigen muziek.


Liefde kun je ook niet leren. Je kunt hooguit de gedragingen van anderen bekijken en waarnemen en vervolgens al dan niet besluiten delen ervan over te nemen. Maar dat betekent nog niet dat je liefde bent of voelt of ervaart. Het wordt dan eerder het opslaan van die vaardigheden in je brein die in combinatie met hormonen en evolutionaire voortplantingsdrang je met sex bezig laten zijn dan wel het te praktiseren. Je hebt dan sex maar de liefde heb je niet gekregen.


En misschien heb je ook wel geleerd dat je eerst moet geven opdat je dan liefde kunt krijgen. Immers, je moet aardig zijn voor je ouders zodat je ze lief vinden. Je moet je best doen op school om waardering te krijgen. Je moet naar de kapper om er goed uit te kunnen zien zodat anderen dat ook tegen je zeggen. Alles is erop gericht dat het een het ander veroorzaakt. Je doet iets en je krijgt iets terug. Niet gek dat we liefde ook zo benaderen.


Alleen is liefde een gevolg ergens van?

En is het iets wat je kunt krijgen?

Of heb je het zomaar of beter nog al?


Vanmorgen werd ik wakker vanuit een droom. Dromen zijn een onbewuste verwerking van datgene wat je in wakkere staat hebt meegemaakt. Zeggen ze. Het zorgt voor orde in het brein. Het ruimt op. Het is gezond. Enzovoorts. En we hebben vreemde dromen, enge dromen, romantische dromen, natte dromen, fantasierijke dromen, achtervolgingsdromen, vrijheidsdromen enz. En sommige onthouden we het liefst lang, anderen hebben we liever nooit meer en van sommige zouden we ten diepste willen dat we ze nog konden herinneren bij het wakker worden en liever nog, nog lang daarna.


Zo kwam ik haar tegen op een parkeerplaats.

Ze had een oude, originele, niet gerestaureerde Mercedes Benz uit 1965, zo'n 200 serie. Statig net als zij. Nog in goede staat, net als zij. Ze had 'm dwars geparkeerd en daarmee 3 parkeerplekken in beslag genomen. Ik raakte in gesprek. Ondertussen rolde de auto van zijn plek. Ik keek ernaar. Zij ook. In stilte. En we dachten, die rolt vanzelf naar het eindpunt. En inderdaad. De auto zag er nog piekfijn uit, uitgezonderd het doorleefde leer van de stoelen en de aan de lak vastgeplakte lentebloesem. De auto had een winter weiland groen-achtige kleur, sjiek net als zij. Tegelijkertijd glanzend en indrukwekkend.



Ik reed toendertijd in een Citroen DS. Mooie golvende lijnen. Revolutionaire vormgeving. Net als de vrouw heeft en is. Lichtgrijs van buiten en zwart leer van binnen. De auto dan. Ook een beetje doorleefd. Niet net als ik. Alhoewel, behalve mijn hoofd dan wel, mijn lijf daarentegen nog goddelijk.



Haar lichaam kon ik niet zien, het was bedekt onder een grijzig niet nader te definiëren waas. Haar gezicht kon ik ook niet zien maar haar chaotische, onbevangen, naïviteit trok me aan. Ze had een presence. Filmster-achtig. En toch kwetsbaar en zacht.


De versmelting in mijn DS was daar. We lagen verstrengeld. Op de achterbank. Met al onze kleren aan. Neuzen bijna tegen elkaar. Zomaar opeens. Het was zo bedoeld. Blijkbaar.


De volgende keer dat ik haar zag was op een soort borrel en samenzijn met haar en wat vrienden van haar. Welgestelde dames en heren van onder de 40. Met mannen in vanzelfsprekende Tommy Hilfiger/Gant/Lacoste kleding. En de humor van snelle, vlotte en gevatte Hockey boys. Met een verbale dapperheid gevoed door overmatige alcohol. Met een zogenaamde flair waar je zo door heen kon prikken. Kortom, te gevat en te glad.


Ze maakte een verveelde indruk. Alsof ze weg wilde. Alsof ze misplaatst was. Ze stelde me met tegenzin voor aan de ons-kent-ons groep. Contact kreeg ik niet, veel teksten wel. Zij was met haar gedachten ergens anders. Haar gezicht was nu meer zichtbaar. Haar haar was kroezig. Dikker op sommige plekken, dunner op andere. Het was als een soort berg en dal op haar hoofd.


Een ander moment vonden we elkaar in een of andere ruimte. We gooiden iets naar elkaar toe. En het stuiterde. En we vingen het weer. En we gooiden het weer met een stuit naar elkaar toe. Al babbelend. Babbelend over niets behalve dan dat we babbelde alsof we altijd al gebabbeld hadden terwijl we babbelden. Het was zo'n vanzelfsprekende situatie of setting of manifestatie van dat wat niet beschreven kon worden. En ze was zo..... Nou ja, voor ik het wist had ik haar vast en kuste ik haar. Ik voelde haar lippen, zacht en soepel. De omhelzing was krachtig doch zacht. Het was alsof we nooit meer zouden loslaten. Het duurde en duurde. Meer ontstond er niet alhoewel mijn lichaam wel signalen gaf. Meer was ook niet nodig. Het was goed zonder dat we erbij dachten dat het goed was. Hoe lang het duurde weet ik niet. Ik weet alleen dat ik toen wakker werd en me nog een keer omdraaide. En stiekem hoopte dat de droom door zou gaan.



Nu kun je natuurlijk zeggen, oh, dus dat is wat je wil hebben maar niet kunt krijgen.


Maar... Is het er eigenlijk wel? En is het wellicht toch te krijgen?

Dat vanzelfsprekende, dat vloeiende, dat samenzijn zonder moeite, dat alles stroomt tussen twee mensen zonder dat er weerstand is, dat onvoorspelbare dat o zo comfortabel en aangenaam voelt?


Sommige mystici en filosofen zeggen dat dat wat is dat al allemaal is.

Dus Dat bevat al dat vanzelfsprekende, onvoorspelbare, vloeiende, onvoorwaardelijke, chaotische, onbevangene van zichzelf. Dat wat is, alles al is. In alles wat een vorm heeft en in alles wat vormloos is.


Of is dit dan weer iets wat niet te snappen is en dus weer niet te bevatten of te krijgen is? En kan een vrouw, in dit geval, Dat zijn? En kan Dat zijn tussen twee mensen? Die onvoorwaardelijke versmelting wat permanent is?


Of .... is dat dat?


En niet meer dan dat?


En is dat genoeg?


Dat wat niet te krijgen of te hebben is?








0 keer bekeken