Zoeken
  • Noguru

Blabla - De 'Theorie' van Alles en Niets

Dit is een poging een boek te schrijven tussen van alles door. Tussendoor het bellen van mensen of ze een abonnementje willen op de krant. 11 Kranten hebben we maar liefst. Dus altijd wel een krant die kan passen en meer van dat soort wervende teksten. Dit boek of wat er voor door gaat kent geen begin of einde, in die zin dat er een plot is of een verhaallijn of een identificatie met iets of iemand zou moeten zijn. Het gaat over niets en alles tegelijk. Of het nu corona tijd/crisis is of niet. Het boek heeft ook geen doel tenminste het wil niet iets duidelijk maken of aan de verbeelding over laten. Wat het wel is wordt aan de lezer overgelaten of wordt overgelaten aan het papier dan wel de witte kleur van het papier. Laten we het er op houden dat de vormen van de grijze dan wel zwarte lijntjes die vanuit het papier verschijnen, verschijnen omdat ze verschijnen. Ze schijnen te verschijnen, schijnbaar. Zomaar. Niet omdat het gewild wordt, niet omdat het verlangt wordt. Ze zijn er en ook weer niet. En ja, ondertussen bellen we door. En vind list en bedrog plaats, zomaar. En heb ik net weer een gesprek afgehandeld....


Zo ff schrijven en bellen. Het is misschien wel een creatieve combinatie. 'Blabla' oftewel de Theorie van Alles en Niets schrijven en ondertussen de telefoon iedere keer laten overgaan. En komt er iemand aan de lijn dan gaat de blabla gewoon door. Als je erover nadenkt dan is alles wat we uitwisselen in woorden op welke manier dan ook, blabla. Het zijn meningen, opmerkingen, standpunten, gedachten, theorietjes, bespiegelingen, fantasieën en wat al niet meer. Ook zijn het geluiden die zich vormen tot een begrip. Begrip omdat we in een bepaalde regio of land een taal hebben afgesproken dan wel ontwikkeld. Voor wederzijds begrijpen. Voor eenduidigheid en duidelijke eenheid. Tenminste dat is de duiding die we eraan geven.


Woorden en geluiden die we uitstoten zijn ook hooguit energie die door stembanden en een brein tot woorden en geluiden worden gevormd. Sommige delen van de hersenen zetten interne en externe prikkels om in woorden en geluiden. Zomaar. Zonder besturing van iets of iemand. Het is een automatisch proces. Het is ongestuurd of iet geregisseerd. Het is. Dat wat het is, is wellicht een soort oneindige energie die zich vormt in woorden. En als wij er geen woorden van hadden gemaakt was het slechts energie geweest. Tenminste energie is het woord wat er aan geven.


Misschien heb je wel eens een tenniswedstijd gezien, live of op tv, dan hoor je de scheidsrechter de tussenstand telkens roepen. Soms praten ze als bromberen waardoor je nauwelijks verstaat wat ze zeggen. Het wordt dan geblabla wat we niet kunnen ontcijferen. Als je je oren een beetje dicht doet en dan ernaar luistert hoor je het gebrom heel goed en nog beter. Dat is die energie in de vorm van gebrom. Het betekent niets en alles tegelijk. Want alles is niets omdat niets alles is. En waarbij de logica totaal ontbreekt. Lekker toch?! Geen logica. Geen oorzaak of gevolg, geen resultaat of uitkomst, geen begin en start, geen correlaties. En vooral geen dualiteit. Dualiteit die intrigeert en uitdaagt en helder maakt en verschil aanduidt en onderscheid maakt in dat wat het ene is en dat wat het andere is. Hmmm, ingewikkeld. Neen, het is hooguit tekst die zich vanuit de ontwikkeling van bewustzijn ontwikkeld, zeggen de goeroe's dan. Ontwikkeld dus. Dualiteit ontstaat door en vanwege woorden. Het ene kan niet zonder het andere. Liefde is er met dank aan haat en andersom. Overvloed bestaat dankzij schaarste. Die dualiteit wordt bedoeld. Die dualiteit die ook stoort, die frustreert, die irriteert, die boos maakt. Hoezo....?! Omdat hebzucht niet leuk is. Omdat geweld niet leuk is. Maar ook, hoe merkwaardig ook, vrijgevigheid of onbaatzuchtigheid of geweldloosheid zonder dat andere ook niet leuk zijn. Ja, tijdelijk. Ja, vooral tijdelijk. Dat geldt voor beide polen. Die ene en die andere. De balans is tussen die twee is ook niet oké tenminste als je zelf niet in balans bent. Als je je ergert of moe bent of chagrijnig bent dan overheerst de irritatie met het ene. Of het andere. Je komt niet in het neutrale en vrije midden uit. Waar het rustig en stil is. Waar niets is of iets niets wil. Een soort walhalla lijkt het te zijn. Geen spanning of stress of wrijving. Dat is ook tijdelijk en is dat dan 'jammer genoeg?' Dat dat ook tijdelijk is? Tijdelijk inderdaad, want verlangen of de-drang-tot verschijnt altijd weer. De drang tot iets doen of iets betekenen of iets bereiken of.... Nou ja, van alles van iets. Je vraagt je dan toch ook wel eens af, waar komt dat verlangen of die drang-tot vandaan?! Sommige zeggen dat het te maken heeft met ons overlevingsinstinct. Je mot toch vreten om te kunnen leven. En je mot toch neukuh om je vooruit te planten. En je mot toch gedrag van je ouders of vrienden of andere rolmodellen kopiëren om te kunnen functioneren dan wel jezelf te kunnen beschermen.


Of het is een ingebouwd principe in onze lichaam-geest verbinding? Wat allemaal als vanzelf gaat. Of je nu wakker bent of slaapt. Die drang is er. Niet iets doen oftewel niets doen kan niet. Probeer maar eens een week lang in een isoleercel te zitten en je niet te verroeren. Ook niet om naar de wc te gaan. Ook niet om te gaan ijsberen. Ook niet om je hoofd tegen de muur kapot te slaan. Ook niet, nou ja, verzin het maar. Er mot iets gebeuren. Dat gebeuren oftewel die gebeurtenissen vertaalt ons systeem in ervaringen, interpretaties, conditioneringen en neuraal gezien tot nieuwe synapsen. Nieuwe verbindingen. En als die nieuwe verbindingen werken, tenminste als daarmee iets gedaan kan worden wat vertrouwt voelt of bevestigt wat je in je jeugd hebt geleerd, dan blijf je het doen. En als iemand vraagt waarom je de dingen doet zoals je het doet, dan speel je gewoon een neuraal bandje af. Zomaar. Alsof het niets is. Ja, alsof het niets is.


Niets wat alsof doet. Haaaaahhhhaaaa. Mooi gevonden, waanzinnig. 'Niets wat alsof doet'..... En zo gaan we maar door met woorden laten verschijnen uit het papier. Niet wetend waar het toe leidt. Nog steeds met de headset op. En ondertussen lees ik Vrij Nederland, een interview met Daan Roovers, filosoof en Denker des Vaderlands 2021. Oh, en net even een abonnement afgesloten voor De Volkskrant. By the way. Daan Roovers zegt o.a. in VN; 'Als je mee wilt duwen een bepaalde richting op, moet je nu in beweging komen. En dan niet in de zin van: wat "leren" we van deze crisis, maar: wat vinden we rechtvaardig?'. Diep hoor, Daan. Maar ja, ze is ook denker voor ons allemaal. En een denker vindt iets ook al twijfelt de denker als filosoof ook aan wat ie denkt of bedenkt. Immers, dat is dan weer intelligent en mogelijk zelfs wetenschappelijk.


Twijfelen aan wat je denkt te weten of denkt te moeten vinden is de basis voor wetenschappelijk inzicht vaak voorafgegaan door een te onderzoeken vraag. Een vraag die voortkomt uit die twijfel. Twijfelen is immers het begin van alle denken, zeggen ze. Om precies te zijn is dit de Cartesiaanse twijfel zoals Rene Descartes die benoemde. Oh, wacht even, ik moet denk ik even een telefoontje doen.... Jaa, afgehandeld. Waar waren we gebleven? Descartes en Daan. Als je Cartesiaanse twijfel op zoekt op het web of erover gaat lezen, dan ga je pas echt twijfelen. Of je wel intelligent genoeg bent om het te lezen. Of, mocht je het wel begrijpen, of het dan werkelijk iets toevoegt aan wat dan ook. Of......, als je het wel begrijpt, dat je dan alles beter begrijpt. Als je begrijpt wat ik bedoel. Anyway, je zou kunnen zeggen, het is much ado about nothing (of no-thing). Niet omdat het hier gezegd wordt maar in het kader van alles en niets en in het kader van dat woorden alleen duiden wat er schijnt te zijn. Volgens niet iemand. Want dit alles is geschreven door niet iemand. Filosofen, psychologen, metafysica en andere wetenschappers zullen dit gewauwel hooguit duiden als nihilisme of non-dualisme of absurdisme of..... En .... ze zullen zeggen dat er iemand moet zijn die dit alles op papier ramt. Maar dat is ook Cartesiaans.


Een iemand, met de naam Daniel Dennett (ook filosoof), die van het Cartesiaanse theater (het lijkt of Descartes er ook iets mee te maken heeft), had al eerder ontdekt dan wel beweert te weten dat er niet iemand in onze bovenkamer als een soort regisseur die hele geniale lichaam-geestverbinding aanstuurt dan wel monitort dan wel regisseert. Terwijl wij als mens toch echt de idee hebben zelf aan het stuur te zitten. En dat idee omarmen, koesteren ja, zelfs uitventen aan anderen die dat nog niet voldoende zelf beseffen. Helemaal in de geïndividualiseerde westerse samenleving. Dat betekent dus o.a. dat we verantwoordelijk zijn voor ons handelen en niet handelen en alle gevolgen van dat al dan niet handelen. 'The shit hits the fan' zeggen sommigen dan. Dan heb je de poppen aan het dansen omdat we dan in onze eigen shit en succes gaan geloven en ons eraan vastklampen. Dan komen we ook in memes terecht. Verhalen en nog meer verhalen. IK en nog meer IK. Memes zijn komische filmpjes dan wel afbeeldingen waarmee individuen zich uiten vaak op social media. En daarmee een verhaal over zichzelf neerzetten of vertellen. En zoals we wel weten kun je je daar enorm in verliezen. Zoals je je ook enorm kan verliezen in het geloven van je eigen verhalen. Tenminste als je denkt dat jij het doet wat je doet, met die memes enzo.


Maar stel je nu eens voor dat die zogenaamde IK, een illusie, een fictie is? Wat dan? Of misschien zeg je wel. Nou en??!! Inderdaad, beide kun je zeggen. Wat dan en nou en? Of misschien kun je ook wel zeggen, OMG hebben we het dan al die tijd niet bij het rechte eind gehad? Zaten we er dan al die tijd naast? Zou daarmee alle lijden ten einde komen? Ja, inderdaad alle lijden....... Laat het uitgelegd worden zonder dat daarmee wordt gepretendeerd wijsheid te verkondigen dan wel inzichten te laten ontstaan. If you know what I mean. Veronderstellen dat wij iets of iemand zijn betekent dat een ander ook iets of iemand is. Dat veronderstelt meteen dualiteit. Er is het een en er is het ander. Dus jij bent er, maar die stoel of tafel of die auto of die ander is er ook. Tijd en ruimte zorgen dat die andere objecten zichtbaar en tastbaar worden. Tijd en ruimte zorgen er ook voor dat er de illusie is dat we een verleden, heden en toekomst hebben en dat we ons daartoe verhouden. We ontlenen betekenis aan ons verleden, heden en toekomst. Zo hebben we een relatie met van alles en nog wat. We verhouden ons er toe. We verhouden ons zelfs tot ons zelf. We hebben immers een identiteit zeggen we. Dat is ook weer duaal.


Nu zul je wellicht zeggen...... Nou en! Ja, inderdaad, nou en. Het maakt ook helemaal niet uit. In de illusie van IK maakt het heel veel en wel uit. Immers, IK wil controle houden in combinatie met veel plezier beleven en pijn zoveel mogelijk vermijden. Omdat IK denkt dat IK iets is. Dus dat iets niets uitmaakt, kan niet. Want IK doet ertoe. Wij als mens doen er toch toe? En toch maakt het helemaal niet uit. Dat wij doen of niet doen maakt niets uit. Mochten we ons overbodig maken doordat we uitsterven dan maakt dat niets uit. Het niets is er toch en toch ook weer niet. Want het niets is niet. Het niets kan niet iets zijn. Niets is niet iets. Wacht even, even een abonnement verkopen. Jaaaah, daar is ie weer. Gelukt. Weer een abonnement verkocht. Dank dat je het je even afvroeg. Ondanks dat het niets uitmaakt. 'Abonnementen verkopen' in de betekenis van verkopen is echt een geweldige kut baan. Over niets lullen, lekker lachen en dan toch iets verkopen, dat is pas leuk. En dat werkt dan ook het beste. Dan is het net niet een geweldige kut baan. Maar eerder, jezus, kut, er komt een realisatie binnen, wat een geweldige baan! En dan nog schrijven erbij ook. Niet afgezonderd op de hei zoals veel schrijvers in afzondering maandenlang een boek proberen te schrijven. Maanden achter elkaar. En hard werken. Zweten. Schrappen en nog eens schrappen. En alsnog na het hele proces toch nog ontevreden zijn. Dat is het echte schrijven. Toch nog ontevreden zijn zeker als je na zekere tijd je eigen teksten nog een keer opnieuw leest. 'Schrijven is schrappen' zei Willem Elsschot al. Dus als je iets goed wilt schrijven moet je heel veel van wat je geschreven hebt weer weg sodemieteren. Dan blijft de werkelijke magical stuff over. Laat dat nou niet zo interessant zijn en juist gepland, voorspelbaar of gemaakte schijnperfectie zijn. Het is veel leuker zomaar te schrijven, zoiets als freestyle of floating-while-writing (of andersom). Gewoon eruit boeren wat in je opkomt. En dat kan best veel zijn.


Vele schrijfcursussen werden al gevolgd en evenzeer vele artikelen geschreven vanuit diverse bedrijfjes die werden opgezet. En niets gaf een garantie op succes in welke vorm dan ook. Succes en falen, weer zo'n eeneiige eenheid. Ze kunnen niet zonder elkaar omdat we er woorden aan hebben gegeven en de dualiteit daardoor verschijnt. Echter ook de eenheid, immers ze horen bij elkaar. Misschien is dat wel een inzicht. Een geweldig inzicht? Een baanbrekend inzicht? Een onderbouwd inzicht?


Dus succes en falen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dus of je een van beide ervaart is daardoor alleen maar een ervaring. Met een gevoel wellicht. Met een ervaren sensatie wellicht. En daarbij blijft het dan ook. Geen 'had ik maar' of 'ik heb mijn succes te danken aan' of 'ja, als de omstandigheden een beetje hadden meegewerkt' of 'daar heb ik dus niet voor niets zo hard voor gewerkt'. Achteraf verklaringen of gemijmer na de ervaring verdwijnen dan als je succes en falen als eenheid kunt zien. Dus dat je door hebt dat het zo gezien kan worden. Heb je het niet door, dan zie je het niet. Zie je het wel, dan heb je het nog niet door. Jaah, ook die horen bij elkaar. Zien en het door hebben. En niet zien en niet door hebben. Die horen er ook bij. Zien en door hebben als eenheid zorgt voor leven. Leven is alle levendigheid. Dus dat je ervaart wat ervaren wordt. Je voelt wat gevoeld wordt. Je hoort wat je hoort. Dat zien dat alles bij elkaar hoort en dus dat alles is zoals het is zonder betekenis, of diepere lagen, zorgen ervoor dat je ervaart. Die energie ken je wel. Die zomaar stroomt, om en in ons. Vrij beschikbaar. Je kunt dus zeggen, dat wij ook vrij zijn. Echter voor niemand, dan wel niet iemand. Want als je dat vrije weer wilt proberen te zijn, is er weer een effort voor iemand. En die iemand is een illusie.


Ja maar, wacht even, hoor ik je zeggen. Wie is zich dan bewust van of wie ervaart dan wat ervaren wordt? Bewustzijn of ervaring kan toch niet zonder iemand die het is of ervaart? Wie stelt de vraag is dan meteen ook de volgende vraag? En misschien een nog betere vraag; als die iemand een illusie is, dan kan een illusie toch niet zonder iets wat zorgt dat het een illusie is? Dus, nog een keer, een illusie heeft een entiteit nodig om van zichzelf een illusie te kunnen zijn. Een illusie is niet echt, echter als ie onecht is dan is die illusie toch ook zelf een entiteit? Hmmmmmmmm. Dit was een hmmmmm, zo van, ff diep nadenken. Ja, denk dan even, ja nu. Ja, toe maar. Ga door. Jaaa..... Komt er al iets? En ...? Laat ook maar. Het maakt niet uit. Levendigheid zelf maakt het niet uit.


Levendigheid kent geen identiteit. Het is. Spontaan, chaotisch, onvoorspelbaar. Kent geen bedoeling of richting of plan. Het springt en stuitert en staat stil. Ongestuurd. Het is en is niet. Sommigen noemen het de geliefde. Sommigen noemen het bewustzijn. Sommigen noemen het liefde. Sommigen noemen het onbegrensde energie. Sommigen noemen het Brahman. Sommigen noemen het God. Sommigen noemen het de onveranderlijke werkelijkheid. Ga zo maar door. Er is geen woord voor. Wij kunnen er geen woord voor vinden omdat dat wat is niet te labellen is. Niet in een vakje te stoppen. Niet in een categorie te definiëren. Niet te omschrijven. En toch proberen we het. Het is fascinerend om erachter te komen of erover te hebben. Daardoor ontstaan ismes, ja, ismes. Ismes worden gedefinieerd als begrip, ideeëngoed, ideologie of wetenschap. Het is ook een achtervoegsel. Misschien moeten we het er maar op houden dat het uitsluitend een achtervoegsel is...


Die andere definities leiden weer tot geloven in, identificeren met of zeker weten van. Terwijl het uitsluitend een duiden van iets is. Het aanwijzen van, het verklaren van, het uitleggen van maar ook het zinspelen op. Ja, ook het zinspelen op. Zinspelen op. Hoe vaak worden deze woorden nog in deze combi gebruikt? 'Zinspelen' en 'op'. Spelen met zin of zin in spelen? Op een zin inspelen? Spelen met de zin en onzin van iets? Neen, in werkelijkheid heeft het de betekenis; 'duidelijk maken zonder het precies te zeggen'. Kijk, dat is cool of keigaaf. Iets duidelijk maken zonder het precies te zeggen. Ja, dat is natuurlijk ook meteen de 'betekenis' van al deze woorden (denk je nu heel schrander) die uit het papier naar voren komen. Op de voorgrond treden. Dus, nog even terug naar precies en duidelijk. We maken wel iets duidelijk maar doen dat niet precies. Hoe wordt het dan duidelijk als we niet precies zijn, zegt de onderzoekende mind. Dat kan toch niet, zegt die mind. Kunnen dingen sowieso duidelijk worden zonder dat we het precies kunnen duiden? Bij benadering of zo? Almost? Zo goed als zeker te weten? Bijna? Of net niet? Of zo goed als?



Dingen kunnen prima duidelijk worden zonder dat we het precies weten. Denk je dat geweten kan worden wat er op de volgende pagina zal staan of over 50 pagina's op die pagina zal staan? Een muzikant is ook niet bezig met de noten die een paar minuten later in het muziekstuk verschijnen. De muzikant is bezig met de noten die nu en op dit moment gespeeld worden en nog belangrijker met datgene wat uitgedrukt mag of wil of kan worden. De noot is precies, de interval is precies, de compositie is precies. Hoe het stuk gespeeld zal worden op ieder moment ervan is onduidelijk. Hoe het zal overkomen is onduidelijk. Of de componist het waardeert of niet is onduidelijk. Tenminste, we weten het niet precies.


Dat niet precies weten is precies wat we niet wensen te weten. Liever weten we alles wat er te weten valt of wat we te weten kunnen komen. Zoals bijvoorbeeld het leren kennen van al die universa die verder reiken dan we ons kunnen voorstellen. Zoals bijvoorbeeld het leren kennen van al die materie die zonder zwaartekracht rondzweeft in diezelfde ontelbare universa, ook wel multiversum genoemd. Of zoals het leren kennen van de juiste behandelmethoden en -therapieën om alle acute en chronische levensbedreigende ziekten uit te bannen dan wel te kunnen genezen. Of zoals het leren kennen van de diepere psyche van een geniaal persoon. Of zoals het leren kennen hoe het komt dat onze geniale lichaam-geest functioneert dan wel niet of minder functioneert.


Gaat er wellicht een geheimzinnige kracht achter schuil die zorgt dat de levensenergie begint en eindigt? Weten leidt tot verbeteren is de slogan. Meten is weten is er nog zo een. Weten zorgt voor gespleten is er nog een. Nou ja, whatever. Even abonnement verkopen, wacht even........ Ja, gelukt. Dank voor je geduld. Nu zijn er mensen die menen te weten dat het 'nu' de plek is om te zijn. Of liever gezegd het hier en nu. In het hier en nu blijven. Daar moet je zijn. Niet in verleden of toekomst, neen, in het hier en nu. Present zijn. Vrij van gedachten. En dat kun je oefenen door te mediteren of mindfulness te praktiseren. Of een goeroe te bezoeken of een goed boek lezen over of van Boeddha. Of nou ja, er zijn ontelbare manieren om in het hier en nu te komen. Hier en nu bestaat echter alleen bij de aanwezigheid van verleden en toekomst. Nu je dit leest is het nu alweer voorbij. Dus ligt het nu al weer in het verleden. Lees maar even terug. En vlak voor ik het nu weer ga opschrijven, enige momenten na nu, dan ligt datzelfde nu alweer in de toekomst. Dus wanneer is het nu hier en nu, begint het ergens en eindigt het ergens? Is het een fractie van een seconde? Is het een fractie van een fractie van een fractie van een seconde? Is het wel gebonden aan tijd of is het tijdloos? Of is het hier en nu gewoon de woorden om de betekenis aan te duiden dat je gedachteloos kunt zijn waardoor je in de stilte bent. En is die stilte, dus vrij van gedachten, is dat het hier en nu? Misschien is dat hier en nu ook wel te vinden in het naar buiten staren, in het naar de sterren staren, in het zomaar ergens naar toe kijkend, staren. Net als vroeger, toen je mijmerend naar buiten staarde op de lagere school terwijl je saaie rekenlessen moest doen.


Staren is goed voor het in het hier en nu zijn. Staren gebeurt zomaar. Zonder intentie. Zonder gedachten. Van zichzelf vrij van gedachten. Heerlijk toch?! En laat je niet afleiden door diegenen die zeggen, 'zit je weer te dromen', of erger, 'zit je weer niets te doen'?! Scheelt je ook een hoop tijd. Dat staren. Omdat het zomaar gebeurt. Scheelt je ook een hoop geld. Je hoeft die tijd en dat geld niet te investeren in dure cursussen en workshops waarin je allerlei ademhalingstechnieken, meditatie- en mindfulness technieken wordt aangeleerd. Staar gewoon. Trouwens, raar woord, mindfulness. Mindlessness is beter. Sommigen hebben mindfulness vervangen met mindstillness. Ook aardig.


Nog ff over die gedachten. Wij denken dat wij gedachten hebben en dus ervaren. Die IK dan wel ons zelfbewustzijn, ja, datzelfde bewustzijn waarmee we onszelf gewaar werden, en waarmee we eveneens de ander gewaar werden inclusief alles om ons heen, die IK maakt ons wijs dat wij het zelf zijn die die gedachten produceren dan wel creëren. En dus moeten we er zelf mee aan de slag om die gedachten te leren beheersen. Zoals we alles trachten te beheersen met o.a. meer willen weten. Je zou er bijna ontzettend kwaad om worden. Al die mensen die door andere mensen tot mens gemaakt moeten worden. Al die mensen die andere mensen iets over zichzelf willen leren. Al die mensen die andere mensen authentiek willen laten zijn. Al die mensen die andere mensen verlichting, vervulling of geluk willen laten ontdekken opdat ze het permanent mogen zijn. Al die mensen die andere mensen vrede en compassie willen laten ervaren, en bij voorkeur permanent. Al die mensen die andere mensen willen leren werkelijk mens te zijn. Werkelijk menen mensen te zijn, dat is pas menens. Zeggen velen.


Die velen die het goede verkondigen dan wel willen 'bekeren' zijn net zo gevaarlijk als die kwaden die het slechte verkondigen. Die 'goede' mensen willen meer goede mensen maar vooral die 'kwade' mensen weg hebben of weg stemmen of weg joelen of op z'n zachts gezegd bestrijden. En die 'kwade' mensen doen hetzelfde. Dat wil zeggen, ze doen 'kwade' dingen zodat de goeden eronder leiden. En zo houden we elkaar lekker bezig. Bezig houden, met deze twee woorden zou je ons hele doen en laten kunnen samenvatten. Bezig houden. Zo is progressie bevorderen een manier van bezighouden en destructie evenzeer. Om een klein voorbeeld te geven. Is een elektrische auto werkelijk een uiting van progressie? Velen zullen dat bevestigen. Maar ook als je weet dat het delven van lithium, nodig als belangrijke driver voor de batterijen in elektrische auto's, enorme natuurschade toe brengt met erosie en verarming van landbouwgronden tot gevolg als ook enorme waterschaarste in onder meer grote gebieden in Chili. Dus kortom, je zou dan wellicht moeten zeggen, weg met al die auto's. Of je zou kunnen zeggen, laat die auto's onmiddellijk op waterstof lopen zoals ze al doen met een categorie Formule 1 auto's. Die rijden al op waterstof met enorme snelheden rond op circuits. Nu is dit natuurlijk een mooi voorbeeld omdat de onderbouwing kloppend is voor het gelijk krijgen.


Ander voorbeeld dan? Hoe zit het met medicijnen en vaccins ontwikkelen om ziektes te bestrijden dan wel te voorkomen? Wat kost het om dat te doen? En hoeveel mensenlevens redden we daarmee? Is het wel verstandig om levens te redden gezien de dagelijkse toename van de wereldbevolking met 220.000 mensen? En zijn virussen en infecties en de toename daaraan te wijten aan ons ingrijpen in de natuur en is het juist van belang dat we sowieso gaan consuminderen? En radicaal ook? Ja, dat bezig houden, die drang om, dat verlangen naar, dat streven naar beter en meer, die zucht naar rust, stilte, verlichting, vervulling, zoekend naar, honger naar. Fascinerend. Wijze goeroes zeggen dat die verlichting niet ergens anders te vinden is echter gewoon in de alledaagse dingen aanwezig is. In dat wat je doet, in dat wat je niet doet, in de interactie met anderen. Zonder te zoeken, of hongerig te zijn.


Zo vroeg een monnik vroeg ooit aan meester Chao-chou: 'Meester, wat moet ik doen om de verlichting te bereiken?' Chao-chou gaf als antwoord: 'Heb je al ontbeten?' De monnik zei: 'Ja, ik heb ontbeten.' Toen zei Chao-chou: 'Wel, ga dan je kom afwassen.'


En zo vroeg een monnik vroeg aan een Oosterse meester:

‘Waar denk je aan als je zit?’

‘Aan niet-denken’ antwoordde de meester.

‘Hoe doe je dat?’ vroeg de monnik.

‘Zonder er bij na te denken,’ zei de meester.


En zo vroeg een Zenmeester aan zijn leerlingen: ‘Hoe lang is een leven lang?’

‘Zeventig jaar’ antwoordde iemand.

‘Totdat je doodgaat’ zei een ander.

‘Allebei fout’ zei de meester.

‘Hoe lang is een leven lang dan?’ vroegen de leerlingen.

‘Eén ademteug lang’ was het antwoord van de meester.

‘Hoe kan dat nou?!’ vroegen de leerlingen.

'Een mens kan maar één adem teug tegelijk leven. De ademteugen van gisteren zijn verleden tijd. Over die van morgen heb je geen zekerheid.'

‘Het enige leven lang dat een mens kan leven’, zei de meester en hij haalde diep adem, ‘vindt plaats binnen één adem teug. Dat is leven’.


Zo, dat is ook weer opgelost. Hoeven we het daar ook niet meer over te hebben. Het is. Het is er al. Dus. Je hoeft je niet in te spannen om iets te bereiken, te ervaren, te voelen, te verbeteren of te veranderen. Gaat allemaal als vanzelf voor niet iemand. Dus als alles vanzelf gaat voor niet iemand, dan is dat wel zo rustig. Bezig houden zou je kunnen zeggen. We zijn met z'n allen bezig. Bezige bijen. Zonder identificatie met dat bij zijn. Dit is wellicht dan ook wel het ultieme isme. Isme zonder voorvoegsel. Isme uitsluitend als achtervoegsel. Heeeeh (?), stond dat niet eerder al gemeld in deze tekst? Nou ja. Isme als achtervoegsel. Wat moeten we daar nu mee? Niets dus? Of alles? Hmmm. Heb ik mezelf nu klem geluld ofzo? Neen, wacht even; ik zie een zin.


De zin;


'Achteruitgang is soms de enige manier om vooruit te komen, vooral op een doodlopende weg'.


Uitleggen? Of heb je 'm door?


Je zou kunnen zeggen dat als je op een doodlopende weg achteruit gaat en dus de doodlopende weg uit kan komen, je je weg weer kan vervolgen via andere wegen. En dus weer vooruitgang creëert. Zoiets dus. Je kunt ook zeggen dat het niet zo handig is een doodlopende weg in te gaan. Als je tenminste vooraf wist dat ie dood liep. Als je het niet vooraf wist, is het een mooie en welkome verrassing en zeker geen teleurstelling, tenminste als je de zin er weer bij neemt met daarin de logica; achteruitgang leidend tot vooruitgang. Logisch toch?! Dit lijkt een sterk rationalistische benadering. Als de doodlopende weg symbool zou staan voor onze duale manier van leven als een soort opbrengst of gevolg van die duale manier van leven, dan heeft die dualiteit ook achteruitgang en vooruitgang nodig. Immers een doodlopende weg kent geen doorgaande weg. Doorgaande wegen gaan altijd door, die leiden tot heen en weer. Duaal dus. Doodlopen is doodlopen.


Of is er toch nog ergens een tegenpool te vinden voor die doodlopende weg? Die tegenpool is te vinden in het geven van een betekenis aan 'de doodlopende weg'. Als in impasse of patstelling of onoplosbaarheid. Dus......... TADAAAAAAH. Dus tegenpool van doodlopende weg is oplossing of vooruitgang of resolutie. En die vindt je weer op de doorgaande weg. De doorgaande weg zijnde de weg vol mogelijkheden, oplossing en vooruitgang. ZoooH, Wow! Hebben we dat dilemma ook weer opgelost. En nu...? Nu niks. We hebben weer wat aan elkaar geluld. Rondgebreid. Vicieus gemaakt. Cirkelredenering gemaakt. Zou alles wellicht alles in een cirkel redeneerbaar zijn? Dus dat die ene en die andere kant iedere keer het verhaal rond maakt? En dat we daar lekker mee bezig zijn? Rondjes draaiend. En hoe meer we daarin onszelf in interactie met anderen herhalen, des te meer we onszelf en die anderen bezig houden. Soort filosofisch gebrabbel ook wel dit. Wel ruimte voor twijfel toch ook en dus voor nadenken. Maar geen opbrengst of vooruitgang.


Ja maar, Yuval Harari (vermaard spreker, auteur en adviseur) schrijft onder meer (in zijn boeken 'Homo Deus', 'Sapiens' en '21 Lessen voor de 21ste Eeuw') dat de mens sinds 100.000 jaar geleden een cognitieve transformatie heeft doorgemaakt waardoor onze verbeelding over de toekomst ons verder leidt en verder brengt. Cognitieve transformatie die leidde tot een snellere ontwikkeling van de cortex bij de mens. Daarmee ook onze intellectuele ontwikkeling een boost gevende. We waren jagers, en werden boeren, en werden arbeiders, en werden kenniswerkers en we worden .... übermensch (mix van robot en mens = product van AI en Robotica)? In die evolutie ontdekten we nieuwe tools, methoden en producten. Snij- en hakwerktuigen, wielen, ploegen, motoren, stoom, elektriciteit, boekdrukkunst, radar, telefonie, computers, penicilline, internet. AI en ga zo maar door. En we creëerden modellen voor ontwikkeling, groei en welvaart voor een ieder. Je zou dus kunnen zeggen dat die intellectuele ontwikkeling in combinatie met de zucht naar groei en in combinatie met de groei van de wereldbevolking ons progressie en ja, daar komt ie weer, achteruitgang heeft bezorgd. Immers velen leidden een comfortabel leven.


Tenminste in de zogenaamde ontwikkelde landen. Gemak en comfort is wat we willen. En steeds meer a.u.b. Dus zelf trappend fietsen is niet nodig als het ook elektrisch kan. De wasmachine zelf op enig moment aanzetten is niet nodig als het op afstand op ieder gewenst moment kan. Licht aandoen in welke kamer dan ook kan ook met een verbale opdracht i.p.v. dat je je hand moet uitsteken of moet opstaan om het licht aan of uit te doen. Achteruit rijden in de auto doen we het liefst zonder achterom te kijken, immers, de frequentie van de piep vertelt ons veel over het naderende gevaar. Digitaal met meerdere mensen tegelijk kunnen communiceren is vele malen effectiever dan iedereen afzonderlijk treffen face-to-face. Een blender is veel beter dan dat je alles met het handje moet snijden. Een bladblazer is vele malen sneller dan dat je het met noeste arbeid bij elkaar veegt en opruimt. Overigens dan hebben we het nog niet over het feit dat bladeren geweldige compost zijn. Dus als je het gewoon laat liggen heeft de natuur er ook weer baat bij.... Zo leidt onze behoefte aan gemak en comfort tot de ontwikkeling van allerlei nodeloze apparaten en de daarmee gepaard gaande energie en grondstoffen verspilling. Overigens ook niks mis mee want dan bedenken we gewoon een circulaire economie. Ook weer opgelost. Hergebruiken we gewoon alles. Als we maar door kunnen gaan met wat waar we mee bezig zijn. Groei, ontwikkeling, comfort en gemak vergroten. O ja, en vooral ook pijn of ongemak vermijden en plezier vergroten.


Dus als het klimaat razendsnel veranderd, bedenken we daar ook wel weer iets voor. CO2 reductie plannen, alternatieve manieren van energie winning, herbebossing van gebieden en ga zo maar door. Dus, wat is er nu werkelijk aan de hand? Niet veel lijkt het. Behalve dan dat we wellicht in tijdnood komen......? Ook hier helpt onze verbeeldingskracht. Want in wezen is het eenvoudig. We geven iedere bewoner van deze planeet een eigen stukje vruchtbare grond (ontwikkeld en onderhouden door the global workforce = de voormalige VN), voldoende om daar voedsel op te verbouwen. Iedereen krijgt uitgebreid les in zelfvoorzienend leven. Dus hoe je je ontlasting hergebruikt, hoe je voedsel verbouwt, hoe je een vuurtje bouwt, hoe je water uit de grond haalt, welke planten in de natuur sowieso eetbaar zijn en hoe je daar verantwoord daarmee om gaat, hoe je vlees en vis kweekt, hoe je communities bouwt van maximaal 50 mensen, hoe je zelf geneeskrachtige kruiden uit de natuur als medicijn kunt inzetten, hoe je een pijl en boog maakt ed. Dus op alle vlakken zelfvoorzienend. En geen elektriciteit, geen machines, geen infrastructuur, geen vervoermiddelen maar ook geen bestrijdingsmiddelen, geen infecties, geen virussen, geen hebzucht, geen machtsmisbruik, geen oorlogen etc. Terug naar af en tegelijkertijd mega-vooruitgang. Tijdnood verdwijnt, rust verschijnt. Alles los je zo op. Zooooh, ook weer gefixt. Doorgaande weg gecreëerd.


Nooit genoeg en niet ooit voldoende en zeker ook net niet en zeker niet toch wel. We zullen nooit genoeg hebben en zeker niet ooit voldoende. Zelfvoorzienend zal dan ook niet werken en te onbevredigend zijn. Dat nooit genoeg is die drang tot en dat verlangen naar. Dat ooit voldoende is leuk om je in te verplaatsen en de verbeelding zijn ding te laten doen en tegelijkertijd niet haalbaar omdat nooit genoeg er altijd zal zijn. Mits AI IK zal uitschakelen in ons brein. Zelfbewustzijn dat ontstaat vanaf ons 2e dan wel 3e levensjaar is een hersentransformatie. Tenminste van een aantal kleine delen. Als we die met AI (chips in ons brein, online inpluggen voor demping van IK) kunnen manipuleren dan wel met specifieke supplementen dan wel medicinale ingrepen kunnen temperen, is er wellicht hoop. Maar accepteren die IK-jes dat wel? Is het moreel verantwoord? Hoe tast dat onze identiteit aan? Hoe tast dat onze vrijheden aan? Massale opstanden of rebellie zullen waarschijnlijk volgen of het moet sluipender wijs worden doorgevoerd. Zoals met smartphones, social media en appjes. Zodat we nu ongemerkt gekluisterd zijn aan die phones. Heel geleidelijk het brein terug transformeren naar een staat van identificatieloosheid. Maar zal dat ooit voldoende zijn. En voor wie of wat? En zullen we dat net niet voor elkaar krijgen of toch wel? Uiteindelijk.


Als vanzelf. Zomaar. Want is alles niet zomaar? Gebeurt alles niet omdat het toch wel vanuit het niets naar voren is gesteld en voorgesteld zodat wij het zien. Dat alles en niets zijn duaal en non-duaal tegelijkertijd. Die oneindige energie doet en doet niet. Is en is niet. Kent geen voldoende of genoeg. Kent geen net niet en toch wel. Het kent niet. Alles is niets en alles.


Muziek klinkt plotseling. Plots is het er. Met een klap. Uit het niets. De lyrics komen door;


'This bitter earth

Well, what fruit it bears…?

Ooooohooohhhh,

This bitter earth

And if my life is like the dust

Oooh, that hides the glow of a rose.

What good am I?

Heaven only knows.

Aaahhh, this bitter earth, yes it can be so cold.

Today you were young, to soon you’re old.

But while the voice within me cries

I’m sure someone will answer my call

And this bitter earth

Oooohooooh

May not be so bitter after all.

This bitter earth

This bitter earth

What good is love?!

Hmmmm, where no one shares

And if my life is like the dust

Oooh, that hides the glow of a rose

What good am I

Heaven only knows.'

Gezongen, bij voorkeur, door Dinah Washington.

Waarschijnlijk vaak gebruikt bij begrafenissen.

Het lied of dat wat hier geschreven staat gaat wellicht niet over de bitterheid van de aarde of het leven. Het gaat wellicht niet over hoop, over een roep om, die gehoord wordt, al dan niet, of over je verborgen houden, of over te vroeg oud worden of over gered worden van of uit iets, of over genoeg zijn of over goed genoeg zijn, of over het bestaan van een hemel met alle antwoorden, het gaat over…. Nou ja, zeg het maar.

Is het troost voor iets of iemand als je dit leest?

Is het tragisch?

Is het mooi geschreven?

Is het ontroerend?

Brengt het herinneringen naar boven?

Zegt het iets over deze tijd?

Het is wat is.

Wellicht.

Nobody only knows, zullen we maar zeggen.

Tja, ..... begint deze zin zomaar met het woordje tja. Tja zou betekenen; wat zal ik hier nu eens van zeggen of vinden of wat is hier nu mee te beginnen of aan te vangen. Of is er nog iets wat overblijft, na dit gezegd hebbende. Of is dat wat overblijft, datgene wat eerder beschreven was over een bittere aarde in de songtekst? Gewoon alleen de tekst?

Zou Max Richter het weten, de componist van de muziek onder de tekst?

Misschien weet ie het wel eerder als je het hem zou vragen dan Dinah Washington.

Immers muziek zegt meer dan 1000 woorden.

Toch?

Of nou ja, muziek kent geen tijd of begin of einde. Tenminste het streeft er niet naar. Muziek begint en eindigt van zichzelf.


Wij beginnen het en eindigen het. Ook de stilte weet niet van waaruit de muziek ontstaat. Het schrikt er eerder van. Zomaar is er een geluid vanuit het niets. Niets ofwel stilte is wel muziek en ook weer niet. Niets is alles ook dat wat iets is. Echter niet in de ogen van niets. Niets heeft geen ogen of ziet niet of kent niet of kijkt niet of geeft geen betekenis aan. Niets is.

Net zoals al deze letters. Het is niets, letter voor letter. Hoe mooi je het ook wellicht zult vinden. Of niet.

Het is inkt en ook weer niet.

Misschien is het wel inkt die zich vormt in een letter. Stuk voor stuk.

Zomaar.

'September in de the rain' klinkt nu ook van Dinah.

Yeah.

Love that voice.


'To every word of love I heard

The raindrops seem to play a sweet refrain……'

Hmmm, De romantiek ervan, heerlijk niet?!

"Rain in september", kan en mag en is er zomaar.

Zoals alles.

'They seem to play a sweet refrain'.

Of deze tekst dan; ‘love for sale’

'That love that’s slightly soiled. Ooooh,…..'

Tja, daar heb je die tja weer, 'who would like to play the prize for a trip to paradise??'


Het paradijs naar tja, de voor de hand liggende weg.


Beetje liefde voor een zacht prijsje, dus.

Wie wil dat niet?

Roompotje peilen, kieren, pruimen op sap zetten?

Hoe zouden vrouwen dat omschrijven eigenlijk?

Mannen hebben wel 20 omschrijvingen met dank aan Jacobse en van Es.

Hoe zit dat met de vrouwen?

Hoe zouden ze ons lutje omschrijven en wat we ermee kunnen richting hun....? Noemen ze het dat stokje? Dat pick-up naaldje? Die jonge heer? Die lolly? Die genotstaaf? Die rijzende ster? Een vallende ster? Een eendagsvlieg? Een vuurpijl? Een op ontploffen staande champagnefles? Of iets waar meer fantasie voor nodig is?

Hoe zouden ze dat omschrijven?

Hmmm, zal het verhaaltje van dit alles hiermee eindigen of wordt er nog door geschreven. Dan wel een punt gemaakt?

Wie of wat schrijft dit eigenlijk? Niets of….

Een ik?

Een jij, of voor een jij?

Gebruiken we de hij-vorm, de jij-vorm, de ik-vorm, de het-vorm?

Of geen vorm?

Of alles door elkaar?

Als het niets het nu eens schrijft zonder dat we benoemen dat het niets het opschrijft.

Het is nergens dat over niets gaat.

Het is een begin van een theorie over het niets?

Of een gebabbel over het gebabbel.

Of is het dualiteit?

Of non-dualiteit?

Over liefde?

Over over?

Ja, over over. Dat lijkt wel iets te zijn. Dit gaat over over.

Over schrijft over. Zeg maar Blabla.

Geinig toch?

Hmm, wat blijft er nu nog over….?!

'Sure as all the stars shines above, you’re nobody till someone loves you,' schalt door de luidsprekers, eindigend met ‘You’ll better find someone to love..!!!

En zo is het maar net, zegt over over.

Of toch maar niet?


Wordt tijd voor een nawoord. Voelt dat het tijd wordt voor een nawoord. Nu al? Ja, nu al.


Zit je lekker in je vel? Nu op dit moment? En hoe vaak heb je dat? Want als je lekker in je voelt zit dan voel je je op je gemak, ontspannen, sterk en comfortabel met je zelf, inclusief je gebreken.


En als je lekker in je vel zit dan kun je lekker aan het velletje van een ander zitten. Zeggen ze... Nu, als je niet lekker in je vel zit, dan zou je dus beter niet aan het velletje van een ander kunnen zitten. Toch? Maar stel nu dat je niet lekker in je vel zit en de ander ook niet, wat dan?! Krijg je dan een soort van rauwe sex als je intiem wilt zijn? En stel dat je lekker in je vel zit en de ander ook, mag je dan permanent aan elkaar zitten? Of is dat de werkelijk echte intimiteit? Of eindigt dat dan toch uiteindelijk in het toch maar weer minder in je vel zitten? Bij de een of de ander? Omdat je immers ook wel lekker in je vel kan zitten zonder dat je aan de ander zijn velletje moet zitten. Als het ware alleen zijn in het samen zijn?


Hmmmm. Lastig en ingewikkeld.

En by the way, wie is het die zich lekker in zijn vel voelt zitten?


Hmm, nog lastiger.

Nou ja, het was maar een nawoord op dat wat het woord niet kan duiden.

Of wacht even....


Lekker in je vel zitten is afhankelijk van de verhouding die wij innemen tegenover ons lichaam. Dus in welke mate we tevreden dan wel ontevreden zijn tegenover ons eigen lichaam. Plus de mate waarin we ons verhouden tot ons zelf. Onze identiteit. Nu is die mate van tevredenheid zeer afhankelijk geworden van het nooit genoeg zijn. Het beeldenbombardement waar we in terecht zijn gekomen zorgt daar mede voor. Social Media schetsen een ideaal beeld. Je moet mooi, af, compleet, grappig, strak en positief zijn. We faken dat maar al te graag door te Photoshoppen. Dat ideaal beeld maakt dat we hetzelfde willen. Dat we ook ideaal zijn, is weer afhankelijk van de goedkeuring van die ander(en). Hoe meer likes en reacties hoe beter.

En dat is een voortdurende strijd en competitie. Weg van 'net niet'. Alsjeblieft niet dat 'net niet'.


Competitie heeft excelleren nodig anders kun je niet winnen van een ander. Excelleren vereist dat je het beste uit jezelf en je talenten haalt, dat je jezelf moet zijn, dat je beter je best moet doen als dingen niet lukken, dat je je moet focussen op 1 talent of 1 doel liefst want dan is de kans op succes het grootste en dat als je niet slaagt in het bereiken van je doel dat je dat dan zelf veroorzaakt hebt. Je bent het altijd zelf als je faalt (net niet) en als je succes (net wel) hebt.

En bovendien is er ook zoiets als geluksmaximalisatie. Als je je niet lekker voelt dan moet je daar wat aan doen. Over jezelf nadenken, een boek lezen, meer bewegen, vaker naar festivals gaan, meer intimiteit zoeken, harder werken zodat je meer verdiend, stappenplannen volgen die anderen ver hebben gebracht, je dromen najagen, je bucketlist maken en afwerken enz. Je kunt dus nooit gelukkig genoeg zijn. Als het ware 'net niet'. Het moet altijd beter net als in het bedrijfsleven. Winstmaximalisatie is wat de klok slaat. En ook hier geldt net als bij dat excelleren dat geluk niet vanzelf komt en vooral (!) dat jij er verantwoordelijk voor bent. En JIJ alleen. Als het ware dat jij bepaalt of je 'net wel' bent of 'net niet'.

Dus ook als je een burn-out hebt, dan heb je gewoon je grenzen niet bewaakt. Dus als je een te hoog cholesterol gehalte in je bloed hebt dan wordt gezegd dat dat wel logisch is gezien de hoeveelheid junkfood die je tot je neemt. En als je diabetes hebt dan had je maar niet zoveel koolhydraatrijk eten moeten nemen. En als je obesitas hebt dan had je maar meer moeten bewegen. En als je ADHD hebt en er moeite mee hebt er mee om te gaan dan moet je maar een pil nemen. En als je pleinangst hebt dan moet je werken aan je zelfvertrouwen en je zelfbeeld, want ja, bang voor anderen en mensenmassa's heeft te maken met een gebrek aan zelfrespect. En als je je depressief voelt dan moet je proberen je gedachten te gaan beheersen en ze sturen naar het positieve dan wel je laten behandelen of gewoon weer een pil nemen. En datzelfde geldt natuurlijk voor allerlei andere (niet psychische maar sociale) stoornissen zoals autisme, ADD, asperge ed. Als het ware 'net niet'.


Vanuit dat ongebreidelde streven naar perfectie en excellentie ook afgedwongen door de omgeving (Social Media ideaal beelden, overdreven eisen in de werkomgeving, dwingende ouders die hoogste opleiding voor hun kind nastreven, de verhalen over je dromen volgen en maximale uit jezelf halen, geluksmaximalisatie enz.), ontstaan er dus biologische problemen, psychische problemen en sociale problemen. Dan wel een combinatie van beide. En dan ben je helemaal in de zogenaamde aap gelogeerd. Als het ware 'net niet'.


Onze medische professionals zijn namelijk niet integraal opgeleid. Een arts is biomedisch onderlegd. Een psycholoog psychologisch. Een sociaal therapeut sociologisch. Terwijl ze alle drie zouden moeten kijken naar de problematiek van de persoon als geheel. Problemen die mensen ervaren zijn vaak van bio-psycho-sociale aard. En nog belangrijker, mensen die die problemen niet ervaren hebben hebben dat niet of ze kunnen domweg beter omgaan met die 3-eenheid. En misschien hebben ze wel een middenweg gevonden..... Tussen net niet en net wel.


De werkelijke weg richting excellentie is misschien wel de weg richting lui zijn, of de weg richting voortdurende zelfreflectie, of de weg richting het midden..... Het midden waar Aristoteles het al over had. Die had het over het kiezen van het juiste midden (het juiste mesos). Dat juiste midden dat juist excellentie vertegenwoordigde. Niet het maximaliseren dus om tot excellentie te komen, neen het juiste midden kiezen om tot excellentie te komen. Het juiste midden van twee deugden. Om een voorbeeld te geven. Tegenstellingen van moedig zijn bijvoorbeeld lafheid en overmoed. Als mens wil je niet laf zijn maar je wilt als mens ook niet overmoedig zijn afhankelijk uiteraard van de context. Dus in het midden daarvan zal het wel ergens rustig en goed zijn. In een soort vrije ruimte. Een vrije ruimte om te leren ontdekken. Een vrije ruimte om te leren zijn. De excellente ruimte. Het goede leven. Een vorm van ontspannenheid dan wel moeiteloosheid wellicht ook wel?


Ook Boeddha had het daar ook al over.


Misschien hebben we nu meer Boeddha en meer Aristoteles nodig.


Nu meer dan ooit.


We leven in een maatschappij met een specifiek ideaal beeld van excellentie. Dat heeft iedere maatschappij in welk tijdperk dan ook overigens. Dat ideaal beeld heeft ook zijn eigen afwijkingen zoals al een beetje aangegeven. Dat is nu eenmaal een gegeven. Het Victoriaans tijdperk had zijn eigen ideaal beelden en afwijkingen. De Gouden Eeuw had zijn eigen ideaalbeelden en afwijkingen. Het Romeins tijdperk had zijn eigen ideaal beelden en afwijkingen. Ook daarin is dus een midden aanwezig. Tussen ideaal en afwijking.

Maar wacht even, we kunnen hier natuurlijk uitgebreid verder over filosoferen en psychologiseren. Ik hoor je echter denken, wat kan ik doen om lekker in mijn vel te zitten?


Dit boek bevat echter geen adviezen. Daar zijn al duizenden boeken vol mee geschreven. Ook wordt hier niet gezegd dat je dan maar moet doen wat je zelf denkt dat het beste is wat je kunt doen voor je zelf. Ook wordt hier niet gezegd dat deze hele duale shit een illusie is en dat je zelf al de onveranderlijke werkelijkheid, de liefde, de oneindige energie bent. Die energie die geen bedoeling, identiteit, richting of wezen kent. En dus dat je al die bio-psycho-sociale problemen niet eens werkelijk kent dan wel kunt kennen. Ook wordt hier niet gezegd dat dat voortdurende streven naar pijn vermijden, plezier vergroten, controle houden en goed genoeg zijn waar is of niet waar is zodat je een kant kunt kiezen.


Ook wordt hier niet gezegd dat alles wat we ten diepste doen of zijn alleen maar door de evolutietheorie wordt aangestuurd. Dus natuurlijke en seksuele selectie doen altijd hun ding. Hoe opgemerkt of ongemerkt dan ook; je mot vreten om te overleven en je mot neuken om je voort te planten, je zult gedrag kopiëren om je te kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden en je zult de aantrekkelijkste en sterkste partner kiezen met de grootste kans op een sterk nageslacht.


Ook wordt hier niet gezegd dat die afwijkingen en ideaalbeelden nodig zijn om spanning te creëren waardoor de mens in beweging komt en oplossingen bedenkt voor die bio-psycho-sociale problemen.


Nou ja, het wordt dus niet gezegd en dus toch weer wel. Het staat er immers nu in woorden uitgedrukt. Of iemand het zegt of niet. Maar wat is waar en waar zit de houvast oftewel de werkelijke wijsheid? Er moet toch iets zijn waar je verder mee kunt.


Stil zijn dan misschien?

Zonder woorden, gedachten, geluiden, beelden?


Gewoon stil zijn.

Iedere dag 20 minuten.


Stil zijn.

Lekker.

Stilte.


Stilte als nawoord.


Iedere dag weer.


Eens kijken wie dan het laatste woord heeft.


Nu zal het laatste woord nog niet gezegd zijn. Nimmer. Want we houden van woorden en taal en het uitwisselen ervan. We hechten er waarde aan. We zien er waarheid in. We houden ons eraan vast. We komen er graag op terug. We herinneren ze of liever toch niet soms, als het zo uitkomt. We ontlenen en tonen het weten daardoor en vanwege. We spelen met de betekenissen. We maken er grappen mee. We stoeien ermee en struikelen erover. We beschuldigen en beoordelen en veroordelen en beschimpen ermee. We poëtiseren (-is wel een mooi woord-) ermee. We verbeelden ermee.

We plannen ermee. We lossen er mee op. We vergoelijken ermee. We verontschuldigen ermee. We vervoegen ermee. We analyseren ermee. We transformeren erdoor. We omschrijven en beschrijven ermee. We duelleren ermee.


Ja, duelleren. Intern en externe duels. Je kent dat wel. Dat interne gelul en wat je extern eruit kraamt. Psychologen zeggen dat 60 tot 70% van onze gedachten negatieve gedachten zijn. En dat geldt ook voor onze emoties. We hebben gemiddeld zo'n 50.000 gedachten en 1000 emoties per dag. Ja, inderdaad, je leest het goed. Nu is er niet iemand die die gedachten of emoties heeft, dat weten we ondertussen wel, maar goed als je woorden aan die gedachten en gevoelens geeft, gelukkig niet aan alle 60.000 gedachten en 1000 emoties, dan wordt het dikke vette bagger. Die bagger creëren we door bewust er mee om te gaan omdat we menen ons ermee te moeten identificeren. Dus omdat ze van ons zijn, zijn ze ook waar. Het zijn immers je eigen woorden.


Terug naar dat duel. Je kent het wel. Je hebt van binnen allerlei gedachten en emoties en met name negatieve over je eigen leven maar ook over het gedrag van andere. Het liefst zou je sommige mensen een duw willen geven, of even flink ervan langs geven verbaal en non-verbaal. Je eigen normen en waarden lat is pas goed, anderen menen er nog telkens niet aan te moeten voldoen. Snappen ze het nu nog niet. De sukkels. En als je dan zo'n sukkel ergens tegen komt en die begint tegen je te lullen, dan denk je eerst, nou geef ik 'm er toch van langs, maar je zelfbeheersing komt voorbij en toch antwoord je dan toch maar vriendelijk. Tenminste dat doen velen dan toch maar. Dat noemen we dan fatsoen of beleefd zijn of beschaafd. Intern denk je, wat een ontzettende mongool of onwetende analfabeet of stomme idioot, extern handel je er niet naar.


Ook naar jezelf toe heb je dat duel. Jouw leven of jij als IK-je vind je niet helemaal oke of soms zelf een vet drama. Naar buiten toe zeg je dat niet zo snel, keeping up appearances (ook wel looking good genoemd) is de sleutel tot het overeind houden van en ideaalbeeld of het kan zijn dat je vermijdt om er slecht uit te moeten zijn voor de buitenwereld (looking bad). En by the way, als je zou zeggen dat het niet goed gaat, is er vaak toch geen hond in geïnteresseerd. Dan moet je niet zo zeuren of er wordt gezegd dat het wel mee zal vallen of dan wordt gezegd dat je je moet realiseren hoe goed we het allemaal wel niet hebben of er wordt gezegd dat ze het ergens anders veel slechter hebben of er wordt gezegd dat de enige die de slingers op kan hangen jijzelf bent. Enz.


Een Belgische psychiater, Dirk de Wachter, draait overuren omdat mensen bij hem zijn hart kunnen luchten. Verdriet, trauma's, eenzaamheid, rouw, schuld, schaamte, gebrek aan liefde, alles komt bij hem voorbij. En hij krijgt het drukker en drukker, evenals zijn collega's. Hij roept op tot verbinding. Om een luisterend oor te zijn voor de mensen om je heen die het nodig hebben. Een beetje aandacht en liefde voor elkaar. Een beetje tijd nemen voor elkaar. Een beetje aanvaarden dat pijn er mag zijn en het niet wegduwen. Nobel van hem natuurlijk zul je zeggen. Maar ja, wie durft dat nu nog, dat uitspreken van gevoelens naar bekenden toe. Liever dan bij een psychiater of psycholoog. Die heeft geen mening.


Om een beetje de pijn te verzachten van dat eeuwige duel doe je nog maar eens een internet aankoop, plaats je een gokje op sportwedstrijden, doe je nog een drankje, neem je nog een kaasplankje, pak je nog even een peukie, bestel je nog maar wat fastfood, schrijf je je weer in voor een quiz op tv, speur je Netflix af naar de meest spannende of romantische of grappige serie, pak je nog ff een festivalletje mee, kijk je nog wat vaker porno. Zo hou je de boel in balans. Die van genot en pijn.


En dan opeens denk je, omdat iemand op Youtube op zo'n zelfhulpkanaal je een tip gaf, ja, dat ga ik doen. Dus je koopt een dagboek. En dankbaarheidsdagboek. En iedere dag schrijf je daarin waar je dankbaar voor bent en doe je 10 minuten voor het slapen gaan even een Headspace meditatie. Zooooh, dat zal dat interne duel doen ophouden. Kwestie van volhouden is het devies.


En na de 90 dagen challenge kijk je er met plezier op terug. Het heeft je veel gebracht. Veel meer rust en tevredenheid. Heerlijk. Langzaam maar zeker ebt die vloed aan heerlijke gedachten en gevoelens weer weg. Net als het getijde komt en gaat. Dan kom je geleidelijk aan ook nog en toch weer een hoop idioten, analfabeten en mongolen tegen. Dat interne duel voel je terugkomen. Gadverdamme!! Weer die bagger. Gadver-de-gadver-de-gadver-de-gadver. En nog eens gadver. Damme. WtF!


Zie hier dualiteit in actie. Psychologisch verklaard dan. In woorden, wederom.


Verheldert het? Wellicht wel.

Heb je er wat aan? Wellicht wel.

Moet je er iets mee? Wellicht wel.

Word je je bewust van hoe het brein werkt? Wellicht wel.

Besef je je nu wat je aan het doen bent? Wellicht wel.


En zo niet, ook goed.


Ja, ook goed.


Het is hooguit een logische verklaring voor onze mindfuck.

Het is niets meer dan een mindfuck.

En je weet, een mindfuck is niet echt.


Het is de grootste mindfuck ter wereld en de grootste verslaving van de mensheid.


We zijn (dus) niet verslaafd aan drugs.

We zijn niet verslaafd aan gokken.

We zijn niet verslaafd aan eten.

We zijn niet verslaafd aan winkelen.

We zijn niet verslaafd aan sex.

We zijn niet verslaafd aan sporten.

We zijn niet verslaafd aan snuiven.

We zijn niet verslaafd aan TV kijken.

We zijn niet verslaafd aan gamen.

We zijn verslaafd aan ons eigen IK.

Dat verslaafd zijn aan ons eigen IK veroorzaakt al die andere verslavingkjes.

Als het IK in elkaar stort, verdwijnen al die andere verslavingkjes.

Meteen.

De grote grap is en blijft natuurlijk dat die IK een bedenksel is van onze mind. Een constructie (mindfuck).

En dus een verzinsel is.

Een illusie.

En een illusie kan niet in elkaar donderen.

Één troost is er wel, schijnbaar.

En dat is dat we niet meer hoeven te zoeken naar een of andere methode, model, stappenplan, oefeningen waarmee we onze verslaving aan ons eigen IK kunnen bestrijden.

Bestrijden opdat we bevrijd raken, verlicht raken, vervuld raken, of hoe je het ook wilt noemen.

Stoppen met zoeken brengt ons in het onmiddellijke, het ontvankelijke, het stille, het onbevangene, het volle, het complete, het onvoorspelbare, het onbegrensde.

Dat wat we altijd al waren zonder het te weten. Schijnbaar.


Komisch. Het is verdomde komisch. Vastzitten in een illusie. Zo te zeggen achter je eigen staart aanrennen terwijl ie er niet is.......

Hoe dom kun je zijn?!

Idioten, analfabeten, mongolen......(!)


Alles komt en gaat;

Eb en vloed.

De golf in de branding.

De aarde die draait.

De zon die op komt en onder gaat.

De gedachte en de volgende gedachte.

Een emotie die verdwijnt en een volgende die verschijnt.

De wind raast en heeft plotseling geen haast.

En scheet ontsnapt, de volgende is al betrapt.

Leven groeit uit een symbiose, vernietigen is uit den boze.

Leven voedt zich door fotosynthese zonder enige hypothese.

De ene cel deelt, de andere heelt, de volgende speelt.

Een synaps sterkt zich, een ander strekt zich.

Bloed transporteert nadat de maag verteert.

Het hart pompt waardoor niets in het lichaam verstomt, ook niet prompt of terstond.

Haar groeit, de darmflora bloeit.

De huid vernieuwt, de porie kieuwt.

Zuurstof begeleidt, het darmstelsel scheidt.

Afscheiding gebeurt zomaar, de een of de ander komt klaar.

Een nagel breekt, een moedervlek verbleekt.

Asymmetrie neemt toe, veroudering - een heel gedoe.

Kraakbeen lost op, in een ader vormt zich een prop.

Energie wacht op het grote belonen veilig opgeborgen in de biophotonen.

Wratten, puisten, mee-eters en abcessen verschijnen, tanden verdwijnen.

Zenuwen stimuleren, lichaam en geest reageren en leren.

Beslissingen ontstaan en niemand heeft 't gedaan.

Ruiken gebeurt terwijl het netvlies ‘t plaatje inkleurt.

99% gebeurt vanzelf, 1% doe je schijnbaar zelf.

Krampjes zijn er zo nu en dan want

het lonkende walhalla houd je aan de gang, samen met

de andere sexe die zorgt voor de onvermijdelijke natuurlijke aandrang.

Overleven is schijnbaar je ding,

want sterven is vanaf het begin in het geding.

Leven is wat je hebt, met onbegrensde energie zijn jij en anderen behept.

Goed genoeg moeten zijn en controle houden kunnen toeslaan.

Het is het illusoire IK dat schijnbaar met je is begaan.

Die IK als construct fungeert schijnbaar als een viaduct

naar een of andere jij.

Het leidt je naar een terugkerende kramp

het drijft je naar meer, beter, mooier, anders, meer vervuld…. .

Het lijkt of het is gelukt,

de reis is echter vergeefs, ja, het hele gezoek is een ramp.

Het ene en het andere gewaar zijn is functioneel,

maar niet in de zoektocht naar een heel geheel.

Niets en iets zijn er altijd al,

ze zijn Het, als het ware heel-al.

Dat wat is, is.

Dat wat komt en gaat is pure bliss.

Schijnbaar. Voor niemand. En altijd zomaar.



Ken je Kevin trouwens?

Ja, Kevin van het Kevinisme?


Kevinisme bestaat werkelijk. En dan vooral in Duitsland. Het is een term om aan te duiden dat sommige namen in een cultuur stigmatiserend werken. In dit geval dus Kevin. Kevin (maar ook Chantal - Chantalisme) worden daar geassocieerd met sociaal economisch zwakke milieus èn leer- en gedragsproblemen. De 'onderklasse' zogenaamd. En zo heb je natuurlijk het tegenovergestelde met namen als Jan Pieter Frederik of Floris-Jan of Frédérique of Marie-Claire hier in Nederland. De 'upperclass' of 'bovenklasse'. Nu kun je natuurlijk zeggen, zijn we helemaal gek geworden om namen te koppelen aan identiteiten en klasse en achterstanden en helemaal als je er ook nog een begrip van maakt, Kevinisme, waardoor je dat verschil nog steviger maakt en verankerd in de taal. Of je kunt zeggen; tja, dat is nodig om onderscheid te kunnen zien of duiden of je kunt zeggen dat die onderklasse er al was en dat die namen nu eenmaal statistisch aantoonbaar vaker bij die klassen voorkomen. Dus dan is het gewoon een logisch optelsommetje. En het rare is dan ook nog eens een keer dat ik het er nog een keer over ga hebben. En zo met mij, vele anderen. Waardoor we dat begrip nog verder verankeren in de taal en daarmee de 'waarheid' ervan bevestigen dan wel versterken. Snap jij het nog?

Ik denk dat ze Chantal heet.


Net iemand aan de lijn uit Giethoorn. De toeristen varen inmiddels weer door de grachtjes. Ze lopen ook over de paden langs de grachten. De bewoners struikelen er bijna over als ze diezelfde paden willen gebruiken. Gelukkig hebben ze daar natuurgebied de Weerribben waar ze kunnen wandelen. Watergentiaan, kikkerbeet of krabbenscheer, blankvoorn, modderkruiper en snoek, ruggenzwemmers, libellenlarven en kokerjuffers, zegge, waterzuring, watermunt, schorpioenmos, koekoeksbloem, moeraskartelblad, galigaan en moerasmelkdiste, karekiet en bosrietzanger, de dwergmuis, groenknolorchis, oranjetipje en de zilveren maan hebben ze er allemaal. En dat is nog maar een kleine greep uit het ruime aanbod aan dieren en planten. Dus, ga naar de Weerribben en vooral niet naar Giethoorn. Heeeh, iemand aan de lijn, even abonnement verkopen, zoon bestelt Parool voor ouders van 93 jaar. Altijd nice en attent. En daarna kwam meteen voormalig eiland Orisant in een ander gesprek naar voren. Orisant, verdronken eiland in de Oosterschelde. Jacobine Bil kwam daarna voorbij. Ja, leuke naam, ik weet het. De voor en -achternaam stonden in haar mailadres en wij moeten die gegevens standaard checken bij de aanvraag voor een abonnement Deze baan is de meest natuurlijke en ontspannen baant die er is. Beetje bellen, beetje kletsen, beetje schrijven.En en passant beetje aardrijkskunde en mensenkennis ontwikkelen.


Beetje van dit en beetje van dat. Dat is het antwoord op de vraag die mijn dochter regelmatig stelt via Whatts App; 'Hoe gaat het met je pappie'? Dus; 'Beetje kletsen, beetje verkopen, beetje schrijven, beetje training geven, beetje film kijken, beetje lezen, beetje van de zon genieten, beetje fietsen, beetje sporten, beetje vegan eten, beetje ...' Ieder leven van ieder mens is een misschien wel een beetje. Van ieder deel neem je een klein stukkie. Zonder stuk te raken. Hahaha. Snap je 'm? Zonder erin vast te zitten of eraan vast te klampen of je ermee te identificeren. Zintuiglijk ervaar je die beetjes en that's it. Life in a nutshell. Voor niet iemand. Nog leuker daardoor. Echter voor niet iemand. Of je nu Kevin of Chantal heet. Heeh, verdomd, daardoor verdwijnt Kevinisme ook en blijft Isme over. Is dit blabla, de theorie van alles en niets, dan misschien een Isme zonder voorvoegsel. En alleen als achtervoegsel. Oh, wacht even dat heb ik eerder genoemd of niet? Nou ja. De kracht van de herhaling zullen we maar zeggen. Of neen toch nog even, we kunnen dit geblabla wel afronden nu. Het is rond. Af. Compleet. Perfect. Niets meer aan doen.


Of, en nu bij wijze van uitzondering, er is 1 lezer dit dit leest, dus zij mag het zeggen. Dus, wil jij, als enige lezer, dat dit nog door gaat, deze blabla? Dan ga ik nog even door. Wil je niet, dan.....


Liefde. Ja, liefde, heerlijk. Mmmmmmm. Mjammie. Je krijgt het echter niet voor niets.


Zeggen ze.

Alle psychologen zeggen het. Liefde is een werkwoord......

Liefde krijg je wel zomaar, maaaarrrr houdt je niet zomaar.

Je mot er wel wat voor doen om het te behouden.

Je mot werken aan je relatie.

Het is geven en nemen.

Soms iets opgeven voor de ander, en voor de ander geldt hetzelfde.

Keeping the balance so to speak....

Probeer nu eens een werkwoord te maken van liefde. Als we toch zo veel met woorden bezig zijn hier.


Ik.....

Hij....

Zij.....

Wij....

Jullie....

Jij......

Ik lieft, hij lieft, zij lieft, zij lieven, jullie lieven, wij lieven.

HUH....??!?!

Dat is vreemd.

Is niet te doen.

Neen, het is ook niet; 'ik houd van, hij houdt van....' Hierover later meer ;-)

En hoe zit het dan met geliefd?

En de geliefde? Of jouw geliefde?

En geliefde als bijvoeglijk naamwoord? De geliefde fiets, auto, sporter, boom of zo.

Vreemd. Je kunt van liefde wel een voltooid deelwoord maken, immers 'geliefd' en een bijvoeglijk naamwoord.

In beide gevallen is er sprake van een afgerond iets. Iets dat al is zoals het is. Een vaststelling van zichzelf.

Maar je moest toch werken aan liefde? Het was toch een werkwoord.

Verwarrend hoor.

En toch....

Geliefde of geliefde suggereert dat er iets is om lief te hebben.

Iets lief te hebben.

By the way, het suggereert ook dat het lief is geweest. Geliefd is al weer voorbij toch

als je het uitgesproken hebt..... Het is afgerond.

De shit richting 'werken aan' begint zodra er iets lief te hebben is.

Als er iets is waar je van houdt dan ben je dus afhankelijk van die ander. Als die ander er niet is dan is er niets om van te houden. Dus kun je er niks aan geven. In de hoop iets terug te krijgen. Want je geeft niet zomaar toch.... Houden van is een egoïstische daad om zomaar te zeggen. Het is een daad van jouw IK om er voor te zorgen dat die IK weer gevoed wordt met een ander IK-je met behoeften, belangen, wensen en overlevingsinstincten. En we weten inmiddels wel dat IK-jes illusies......

Liefde is dus ook niet houden van. Of liefhebben van.

Dan wordt het werken aan, door al die IK-jes.

So what?! Zul je wellicht zeggen. Laat mij ff lekker van een ander houden!

Tuurlijk joh, rustig, rustig, rustig aan man.

Beetje liefdevol blijven hoor.

Dan maken we er toch gewoon toch een werkwoord van. Voor jou.


Ik lieft.

Jij lieft.

Hij lieft.

Wij lieven.

Zij lieven.

Jullie lieven.

Zoooh, klaar. Afgerond.

Liefde lieft, niet meer of minder.

Liefde is liefde.

Haaahah.

Neen, niet ook meteen in de onvoorwaardelijke variant. Hoor ik je denken.

Zou wel mooi zijn.

Dat we zelf onvoorwaardelijke liefde zouden zijn.

Dat suggereert dat er ook voorwaardelijke liefde is, en dan komen we weer uit bij de werkvariant van liefde. OMG. Het lijkt wel een cyclische redenering of zoiets. Hebben we dat al niet eerder meegemaakt?

Hmm, en we weten ook dat beide elkaar nodig hebben want anders kan de een er niet zijn omdat de ander er niet is....... en vice versa...... Blablablabla.


Kent liefde dan geen polariteiten? Of de ene en de andere pool?

Neen, ze zeggen vanuit de YinYang beweging dat liefde polariteiten juist verbindt. Liefde voelen voor de verschillen die 'r zijn en ze met elkaar verbinden. Dat zou liefde doen. Hmmmm... Lekker, zomaar.

Ik zeg wel veel hmmmm....

Dat komt omdat ik ff nadenk jaaah!!

Blijf ik toch vreemd vinden.

Het wordt wel een taalkwestie geloof ik. Als het dat al niet geworden is. Gadverdamme (wederom).


'Ik' zou er bijna kostmisselijk van worden. Zou dat dan de bedoeling van liefde zijn.....?!

Komen we toch weer uit bij die onvoorwaardelijke liefde die alles dus zou verbinden.

En dan is die voorwaardelijkheid er weer. Komen we weer in een dualiteit terecht.....

Hmmmm...

Ga ik toch maar weer terug naar de Liefde die lieft.

Liefde lieft. Liefde lieft. Liefde lieft.

Liefde is lief.

Liefde is liefde.

Liefde is de geliefde.

Liefde is geliefd van zichzelf.

Liefde heeft niet nodig, liefde is.

I like it.

Kusjes.

Mwaahhh (= geluid van iemand die een kus nadoet).


Grappige is dat je dit gehele stuk bijna in zijn geheel letterlijk kunt overnemen voor de woorden geloof, wil, hoop en vertrouwen. Alle vijf zijn ze concepten. Net zoals je Blabla, De Theorie van Alles en Niets, ook als een concept kunt zien. Een idee, een suggestie, een boodschap zonder bedoeling. Natuurlijk, zeg je dan, dat snap ik nu wel. Oftewel je doorziet het.


Echter;


'Het goede van de menselijke natuur is dat de mens goed en slecht is'.


Zooh, dan weet je dat ook weer.


En nog meer nieuws; we hoeven het niet te beïnvloeden of zelfs maar te veranderen. Het is wat is.


De menselijke natuur van het goede en slechte is net zo organisch als de natuur zelf. De natuur kent geen goed of slecht, dat is haar natuur. De natuur is.


De menselijke natuur neigt in dit era van humanisme naar het goede en wil het slechte bestrijden dan wel uitbannen of liever nog elimineren en het goede benadrukken, stimuleren en als het enige alternatief voor alle uitdagingen bieden. Echter dat is een grote misvatting. Goed kan niet zonder slecht en slecht kan niet zonder goed. Net als de natuur niet probeert dat wat het is anders probeert te maken dan wat het is.


Ja, zeggen dan velen, dat slechte moeten we uitbannen te beginnen bij onszelf. Wij hebben daar toch controle of de macht over?! Dat slechte zoals hebzucht, jaloezie, egoïsme, machtsmisbruik, uitbuiting, genocide, agressiviteit en ga zo maar door. Dus als je bijvoorbeeld hebzuchtig bent dan moet je dat bestrijden bij voorkeur met bewust worden van dat je dat wel eens bent, erkennen dat het zo is en bekennen dat je er wat aan moet doen. En dan kom je bijvoorbeeld uit bij het alternatief van vrijgevigheid. Dus je gaat dan werken aan vrijgevigheid bijvoorbeeld. But Why?


Hebzucht zal er toch altijd wel zijn in welke mate dan ook. En vrijgevigheid zal er ook altijd zijn. Ja, zeggen dan velen, als je vrijgevig bent voel je je beter omdat je anderen daarmee blij maakt en daarmee ook jezelf. Je wordt een blijer mens. Tja, dat is natuurlijk zo. Echter is het blijvend? Of moet je het weer onderhouden? En hoe zit het dan met die vrijgevigheid als het gul wordt of onbaatzuchtig of zelfs misschien altruïstisch? Wie zorgt er dan voor jou? En bovendien...... als je vrijgevig bent is dat dan vrij van enig ego? Dus van eigen belang? Of....


Het Boeddhisme zegt dat als je in het midden zit van bijvoorbeeld hebzuchtig en vrijgevig dat je dan het walhalla te pakken hebt, een soort staat van gelukzaligheid. Het is niet goed en niet slecht en dat is misschien wel weer lekker neutraal zoals de natuur ook neutraal is omdat de natuur geen kant te kiezen heeft behalve de natuur zelf, wat is wat het is.


Zou het kunnen zijn dat wij ook zijn wat het is?

Ja, zeggen dan velen, we moeten ons toch ontwikkelen....? We zijn toch cognitief gezien de hoogst ontwikkelde levensvorm in de natuur?

Tja, en dan komen we weer in dat goede en slechte terecht.


Het midden geeft genoeg ontwikkeling maar we merken het wellicht niet. Het gaat automatisch door. Net als de natuur zich ontwikkelt, binnen de seizoenen die er zijn maar ook daarbuiten, De natuur evolueert altijd in wat het is, echter langzaam. Net als wij.


Dus, hoor ik je zeggen, moeten we onszelf dan maar accepteren zoals we zijn zodat we in het midden uitkomen?

Accepteren suggereert weer een actie of een beweging of een ontwikkeling in gang zetten. Dat betekent o.a. dat iedere keer als je met tegenpolen te maken krijgt dat je je daar dan weer bewust van moet worden enz.


Bovendien is het toch ook weer leuk om af en toe saai en dan weer amusant te zijn. Of om af en toe ondeugend te zijn en dan weer braaf. Of levendig en dan weer lui. Of positief en dan weer negatief. Of druk en dan weer rustig. Of enthousiast en dan weer ingetogen. Of open en dan weer gesloten. Of impulsief en dan weer weloverwogen. Oftewel; licht en donker.


Nee, accepteer zonder iets te accepteren omdat er niet iets is om te accepteren. Wat jij als mens, de lichaam-geest-voelen verbinding bent, is wat is. Je lichte kant en je schaduwkant. Dus wat er verschijnt aan gedrag, emoties, gevoelens, behoeften en verlangens is puur wat is. Saai en amusant, ondeugend en braaf, levendig en lui etc. Het gaat en ontstaat zomaar. Heel natuurlijk. Zonder er iets voor te hoeven doen.


'Ja, maar', hoor ik je zeggen, 'neen', zeg ik dan, 'niet ja, maar', want dat veronderstelt weer dat er een tegenargument is van jou. En dan komen we weer in die uitersten terecht. Van gelijk en niet gelijk.


Wat je bent is wat is.

De natuur zelf.

Niet meer of minder.

Natuurlijk van zichzelf.

En misschien zeg je nu wel; 'Natuurlijk(!), ik had het kunnen weten'.


Wacht even......

Nog 1 keer;

Je had het ook niet kunnen weten, want hoe kan de menselijke natuur iets van zichzelf weten als die natuur is wat is? Weten suggereert weer onwetendheid. En net als de menselijke natuur het weten niet kent kent het het niet weten ook niet. Het is wat is.

Heb je 'm nu?


Voor de verandering.


Ja, en nu echt voor de verandering. Een ander verhaaltje met een beetje moi inside. Jaja.


'Je kunt het niet krijgen maar het is wel belangrijk om het te hebben', zei iemand ooit.


Stel, je luistert naar een mooi stukkie muziek, gespeeld door een musicus die je bewondert. En je denkt, dat wil ik ook kunnen. Dus je neemt muziekles net zo lang totdat je op dezelfde manier dat muziekstuk beheerst als de musicus die je bewondert. Dus je rust niet dat je hetzelfde krijgt als je toen hebt gekregen toen je ernaar luisterde.


Nu vraag je je af wat heeft dat met de eerste zin te maken?

En een nog grotere vraag wat heeft dat met liefde te maken?

Nu, 1 ding, je kunt niet een muziekstuk op dezelfde manier leren spelen als je favoriete musicus. Iedereen speelt zijn eigen muziek.


Liefde kun je ook niet leren. Je kunt hooguit de gedragingen van anderen bekijken en waarnemen en vervolgens al dan niet besluiten delen ervan over te nemen. Maar dat betekent nog niet dat je liefde bent of voelt of ervaart. Het wordt dan eerder het opslaan van die vaardigheden in je brein die in combinatie met hormonen en evolutionaire voortplantingsdrang je met sex bezig laten zijn dan wel het te praktiseren. Je hebt dan sex maar de liefde heb je niet gekregen.


En misschien heb je ook wel geleerd dat je eerst moet geven opdat je dan liefde kunt krijgen. Immers, je moet aardig zijn voor je ouders zodat je ze lief vinden. Je moet je best doen op school om waardering te krijgen. Je moet naar de kapper om er goed uit te kunnen zien zodat anderen dat ook tegen je zeggen. Alles is erop gericht dat het een het ander veroorzaakt. Je doet iets en je krijgt iets terug. Niet gek dat we liefde ook zo benaderen.

Alleen, is liefde een gevolg ergens van?

En is het iets wat je kunt krijgen?

Of heb je het zomaar of beter nog al?


Vanmorgen werd ik wakker vanuit een droom. Dromen zijn een onbewuste verwerking van datgene wat je in wakkere staat hebt meegemaakt. Zeggen ze. Psychologisch gezien. Het zorgt voor orde in het brein. Het ruimt op. Het is gezond. Enzovoorts. En we hebben vreemde dromen, enge dromen, romantische dromen, natte dromen, fantasierijke dromen, achtervolgingsdromen, vrijheidsdromen enz. En sommige onthouden we het liefst lang, anderen hebben we liever nooit meer en van sommige zouden we ten diepste willen dat we ze nog konden herinneren bij het wakker worden en liever nog, nog lang daarna.


Zo kwam ik haar tegen op een parkeerplaats.

Ze had een oude, originele, niet gerestaureerde Mercedes Benz uit 1965, zo'n 200 serie. Statig net als zij. Nog in goede staat, net als zij. Ze had 'm dwars geparkeerd en daarmee 3 parkeerplekken in beslag genomen. Ik raakte in gesprek. Ondertussen rolde de auto van zijn plek. Ik keek ernaar. Zij ook. In stilte. En we dachten, die rolt vanzelf naar het eindpunt. En inderdaad. De auto zag er nog piekfijn uit, uitgezonderd het doorleefde leer van de stoelen en de aan de lak vastgeplakte lentebloesem. De auto had een winter weiland groen-achtige kleur, sjiek net als zij. Tegelijkertijd glanzend en indrukwekkend.

Ik reed toendertijd in een Citroen DS. Mooie golvende lijnen. Revolutionaire vormgeving. Net als de vrouw heeft en is. Lichtgrijs van buiten en zwart leer van binnen. De auto dan. Ook een beetje doorleefd. Niet net als ik. Alhoewel, behalve mijn hoofd dan wel, mijn lijf daarentegen nog goddelijk. Naturellement.

Haar lichaam kon ik niet zien, het was bedekt onder een grijzig niet nader te definiëren waas. Haar gezicht kon ik ook niet zien maar haar chaotische, onbevangen, naïviteit trok me aan. Ze had een presence. Filmster-achtig. En toch kwetsbaar en zacht.

De versmelting in mijn DS was daar. We lagen verstrengeld. Op de achterbank. Met al onze kleren aan. Neuzen bijna tegen elkaar. Zomaar opeens. Het was zo bedoeld. Blijkbaar.


De volgende keer dat ik haar zag was op een soort borrel en samenzijn met haar en wat vrienden van haar. Welgestelde dames en heren van onder de 40. Met mannen in vanzelfsprekende Tommy Hilfiger/Gant/Lacoste kleding. En de humor van snelle, vlotte en gevatte Hockey boys. Met een verbale dapperheid gevoed door overmatige alcohol. Met een zogenaamde flair waar je zo door heen kon prikken. Kortom, te gevat en te glad.


Ze maakte een verveelde indruk. Alsof ze weg wilde. Alsof ze misplaatst was. Ze stelde me met tegenzin voor aan de ons-kent-ons groep. Contact kreeg ik niet, veel teksten wel. Zij was met haar gedachten ergens anders. Haar gezicht was nu meer zichtbaar. Haar haar was kroezig. Dikker op sommige plekken, dunner op andere. Het was als een soort berg en dal op haar hoofd.


Een ander moment vonden we elkaar in een of andere ruimte. We gooiden iets naar elkaar toe. En het stuiterde. En we vingen het weer. En we gooiden het weer met een stuit naar elkaar toe. Al babbelend. Babbelend over niets behalve dan dat we babbelde alsof we altijd al gebabbeld hadden terwijl we babbelden. Het was zo'n vanzelfsprekende situatie of setting of manifestatie van dat wat niet beschreven kon worden. En ze was zo..... Nou ja, voor ik het wist had ik haar vast en kuste ik haar. Ik voelde haar lippen, zacht en soepel. De omhelzing was krachtig doch zacht. Het was alsof we nooit meer zouden loslaten. Het duurde en duurde. Meer ontstond er niet alhoewel mijn lichaam wel signalen gaf. Meer was ook niet nodig. Het was goed zonder dat we erbij dachten dat het goed was. Hoe lang het duurde weet ik niet. Ik weet alleen dat ik toen wakker werd en me nog een keer omdraaide. En stiekem hoopte dat de droom door zou gaan.



Nu kun je natuurlijk zeggen, oh, dus dat is wat je wil hebben maar niet kunt krijgen.

Maar... Is het er eigenlijk wel? En is het wellicht toch te krijgen?

Dat vanzelfsprekende, dat vloeiende, dat samenzijn zonder moeite, dat alles stroomt tussen twee mensen zonder dat er weerstand is, dat onvoorspelbare dat o zo comfortabel en aangenaam voelt?

Sommige mystici en filosofen zeggen dat dat wat is dat al allemaal is.

Dus Dat bevat al dat vanzelfsprekende, onvoorspelbare, vloeiende, onvoorwaardelijke, chaotische, onbevangene van zichzelf. Dat wat is, alles al is. In alles wat een vorm heeft en in alles wat vormloos is.


Of is dit dan weer iets wat niet te snappen is en dus weer niet te bevatten of te krijgen is? En kan een vrouw, in dit geval, Dat zijn? En kan Dat zijn tussen twee mensen? Die onvoorwaardelijke versmelting wat permanent is?


Of .... is dat dat?


En niet meer dan dat?

En is dat genoeg?


Dat wat niet te krijgen of te hebben is?

Als het ware een mogelijkheid die er altijd is in de oneindigheid. Echter die toch niet te krijgen of hebben is. Als het ware als een soort eigendom of bezit in een soort vaste vorm. Dat krijgen of hebben is voor de eindigheid. Het eindigt dan bij iets of iemand. Het landt als het ware.


In de mogelijkheid leven en dus niet van de ene naar de vaste werkelijkheid gaan, is wellicht een mooie manier van spelenderwijs het leven leiden. In het spel van het moeiteloos samenzijn van twee mensen verschijnt de mogelijkheid aan te trekken en af te stoten. Aantrekken door je te verplaatsen in, door plezier te maken met, door de automatische uitwisseling van feromonen, door uit te dagen, door te verleiden met een gebaar, een compliment, een blik, een beweging, door open te stellen voor. En af te stoten door te focussen op de eigen agenda, door af te sluiten voor, door confrontatie te zoeken, door af te weren. In die mogelijkheden van aantrekken en afstoten verschijnen nieuwe mogelijkheden. Variaties in frequenties, variaties in energie, variaties in vibraties en daardoor variaties in gedrag. Die mogelijkheden komen in verbaal en non verbaal gedrag naar voren. Zomaar. Spontaan bijna. Spontaan in de betekenis van direct, onmiddellijk, zonder tussenkomst van, plotsklaps, niet in tijd te vatten of vangen.


Nu zou je wellicht kunnen denken, als beide personen nu die mogelijkheid zijn, dan komen ze ook niet in die werkelijkheid. Die werkelijkheid van het fysieke en het vaste. Waarin je dan weer vast zit. Om die samensmelting te ervaren zou je dus beide in de mogelijkheid moeten zijn. Immers, dan is alles vloeibaar en spontaan. Dan gebeurt wat er gebeurt. Echter, is dat te kiezen? Die staat van vloeibaar zijn.


Echter is dat überhaupt een vraag die gesteld hoeft te worden? Is het een keuze? Moet je tussen het ene en het andere kiezen? Kiezen veronderstelt dat er iets te kiezen is door iets of iemand die een wil heeft en een brein om die keuze tot stand te laten komen. Aangezien die iets of iemand er niet is in de wereld van mogelijkheden, is er ook geen keuze. Die iets of iemand is ook de mogelijkheid zelf. De keuze is er niet en dus is de mogelijkheid er om niet te kiezen en de mogelijkheid te laten komen. Zonder dat je 'm laat komen. Die mogelijkheid is, kort gezegd. Mogelijkheden zijn. Inclusief dat aantrekken en afstoten. Ook dat is wat is.


Vertwijfeling kan hierdoor ontstaan voor iemand. Jij zou als lezer kunnen denken dat die staat van een mogelijkheid zijn toch realiseerbaar moet zijn. Al is het maar voor even. Aan de andere kant wordt beweerd dat dat niet voor iemand aanwezig en realiseerbaar is. Dus, waar nu in te geloven en voor te gaan? Wat nu te geloven en voor te gaan? Waar sowieso nog in te geloven en voor te gaan?


Geloof = de mentale toestand waarin iemand ervan uitgaat dat een aanname waar is cq. dat een propositie of premisse waar of onwaar is.

Geloof het of niet.....

Sprookjes, religies, fabeltjes, verhaaltjes, anekdotes, filosofieën, theorieën, modellen, allemaal doen ze hun best ons te overtuigen dat iets waar is of niet waar.

Geloof zorgt voor houvast zeggen we dan. Of we nu vinden dat iets waar is of niet.

Je moet toch ergens in geloven.

We leven in de voortdurende veronderstelling dat al wat leeft iets gelooft, iets is of iets wordt. Alles is iets. Iets met een vorm, een identiteit, een geloof, een karakter, een doel, een zelf, een aard, een toekomst, een kleur, een verleden, een ontwikkeling, een heden, een einde, een begin, een verhaal, een fysiologie. Niets is zonder enige betekenis, zo is de idee. Zelfs niets heeft een betekenis. Want wetenschappelijk gezien krijgen we er geen genoeg van.

Of je het nu gelooft of niet.

Geloof is mentaal zegt men (zie de definitie). Het zit in je hoofd. Het wordt gevormd door gedachten en gevoelens. Die weer gevoed worden door gebeurtenissen en verhalen en nou ja, de rest van wat we ervaren. Je hoofd doet dat vanzelf, kun je niks aan doen. Zomaar gebeurt het. Je zelfbewustzijn filtert een beetje echter ook maar voor een paar %. Toch geloven we niet of we geloven wel. En soms zijn we vertwijfeld wat we over het algemeen niet prettig vinden.

Je moet je toch ergens aan vast houden.

Die gedachten en gevoelens hebben wij gemaakt tot gedachten en gevoelens. Het zijn slechts energieën die door ons heen stromen. Ons brein maakt er iets meer van en legt verbindingen aan die wij dan weer herinneringen, verklaringen voor gedrag, gedachten en gevoelens noemen. Wij pikken die energie als gedachten ed. op als zijnde waar of niet waar, het is net hoe het ons uitkomt. Ja, het is net hoe het ons uitkomt. Wat ons past, wat in ons voordeel is.

Of je het nu gelooft of niet.

Afhankelijk van de situatie die zich voordoet reageren we in onze werkelijkheid. We spelen dan een rol. Dan ben je de grote verleider, dan ben je de pleaser, dan ben je de zorgzame, dan ben je de grappige, dan ben je de charmante, dan ben je de speelse, dan ben je de macho, dan ben je de bitch, dan ben je schattige, dan ben je de slimme, dan ben je de creatieve. Als vader of moeder, als minnaar, als medewerker, als ondernemer, als presentator, als schrijver, als vriend of vriendin, als zoon of dochter, als leidinggevenden, als...... enz. Je speelt de hele tijd rollen of je het nu gelooft of niet.

En maakt het eigenlijk uit of je dit allemaal gelooft of niet?

Het maakt helemaal niks uit want geloof gelooft gewoon wat het gelooft. Zonder betekenis of doel of identiteit. Geloof hoeft van zichzelf niet waar of onwaar te zijn. Geloof begint niet eens met een aanname omdat geloof gelooft. Dat is wat geloof doet. Zoals een aanname dingen aanneemt. Niets meer of minder.

Of je het nu gelooft of niet.

Gelooft gelooft en ongeloof ongelooft. Zou je kunnen zeggen.

Geloof kent ongeloof als tegenovergestelde. Want alleen zo kunnen ze bestaan.

Zeggen ze. Je hoeft het niet te geloven hoor.

Dit alles zijn slechts woorden. In een poging te duiden. Duiden hoeft alleen als er iets is om te duiden. Dat duiden is schijnbaar nodig waarin het een er is en het ander. Zoals geloof en ongeloof. Zoals hoop en wanhoop. Zoals wil en onwil. Zoals jij en ik.

Waar zouden we zijn zonder woorden?

Wat zou dan de betekenis van ook maar iets zijn?

Zou er dan alleen niets zijn? Of niet iets?

Of je het nu gelooft of niet, geloof blijft geloven.

Zonder betekenis.

Zoals niets ook iets is.

Zonder betekenis.

Lekker simpel.

Simpel en complex tegelijkertijd.

Laten we maar stil zijn, de leegte is er dan wellicht.

Of je het nu gelooft of niet.



Dat wat niet te krijgen of te hebben is kan best veel zijn. Veel vanwege zijn oneindigheid. Niet als een soort ongrijpbare oneindigheid, eerder als een veld van mogelijkheden. Was dat al niet gezegd? Nou ja, whatever. Zoeken naar of streven naar of de drang tot hebben of krijgen is een volstrekt nutteloze bezigheid als je weet dat je een veld van mogelijkheden bent binnen een veld van mogelijkheden. Klinkt bijna als een soort waarheid. Tja, dat is natuurlijk niet de bedoeling. Wat dan wel de bedoeling is? Nou, zeker dat niet dat dit allemaal geen bedoeling heeft. Geen bedoeling is ook een bedoeling, als je begrijpt wat bedoeld wordt geen bedoeling heeft. Dus als dit een bedoeling zou hebben dan heeft het ook geen bedoeling omdat het niet de bedoeling is dat dit alles een bedoeling heeft.


Woorden zorgen jammer genoeg al snel voor een bedoeling. Want hoe maak je nu iets duidelijk, helder of begrijpelijk zonder woorden? Of beter hoe druk je je uit zonder woorden te hoeven gebruiken? Ken dat? Ja, zou je zeggen, in gebarentaal, in dans, in muziek, in mimiek, in kleding, in een loopje, in een blik, in gekauw, in gelach, in geluiden die je kunt maken. Als we met onze stem alleen al klanken gaan voortbrengen zonder er woorden van te maken, dan lijkt het in ieder geval nergens op, behalve dan dat we geluiden gaat maken. Doe niet dieren na, maak gewoon geluiden. Er zit verrassend veel in ons lichaam. Geldt ook voor dansen. Zomaar bewegen, volgens een soort natuurlijke energie die door ons lijf stroomt. Ga maar eens staan, zonder spiegel voor je, en ga maar eens lekker bewegen. Op jouw manier, in jouw tempo, met jouw bewegingen, versnellend, en dan weer vertragend, vanuit stand, springend, draaiend, ledematen en gewrichten laten draaiend, strekkend en rekkend, aanspannend en ontspannend, schuddend en overdreven gek bewegend. Hoeveel variaties zijn er niet?!

'Je lichaam zou wel eens jouw schuilplaats kunnen zijn' is een mooie poëtische zin, wellicht. Jij en jouw lichaam dansend. Zomaar, zonder iets, zonder muziek, zonder spiegel, zonder publiek. Alleen jij en de vloer en je lijf. Volgend wat gevolgd kan en mag worden. Zonder dat er iets is om te volgen. Behalve het volgen zelf. Leiden en volgen. Samen. En is er niet iets te volgen, dan leidt je ook niet. Dan is er wat is.


Denk nu niet dat dat volgen en leiden werkelijk is wat er gebeurt. Er gebeurt. Hoeveel bewegingen je ook mag hebben gezien in je leven, en hoeveel van die bewegingen ergens een plekje in je brein hebben gekregen, er zal altijd een deel ervan zijn dat zomaar verschijnt. Dat wat er was versus dat wat er plotseling verschijnt is niet te onderscheiden van elkaar. Niets of niemand kan dit. En waarom ook?! Dat wat er altijd al was en dat wat er verschijnt, verschijnt. Zomaar . En schijnbaar. Alsof niets er toe doet. En toch, wat zul je lekker slapen na je dansje. Welterusten......


En zo begint een nieuwe dag. Wanneer begint ie eigenlijk? Als de zon opkomt of als de onder gaat? Als je je dagelijkse poepje doet, zodat er ruimte ontstaat voor nieuwe voedingsstoffen? Als je naar de kapper bent geweest? Als je een stukje chocolade hebt gegeten? Als je seks hebt gehad? Als je nieuwe kleertjes hebt gekocht? Als je werkdag erop zit? Als je op vakantie gaat? Als de tuin winterklaar is? Als je met pensioen gaat? Als je een goed doel hebt gesteund? Wanneer begint de dag? En natuurlijk, wanneer zag je dag tegen de dag?


Is het wanneer je wakker wordt en wanneer je gaat slapen? 'Dagen gaan voorbij dat ik niet weet of de dag al begonnen is' is een mooie, melancholische en misschien zelfs wel dramatische zin. Toch? En deze dan; 'Het is niet bepaald menselijk om het collectief ergens mee eens te zijn'. Ook een mooie zin. Zinnen en nog meer zinnen. Je zou bijna zin krijgen je zinnen eens te verzetten. Tegelijkertijd vraag je je af; 'wie heeft mij deze onzin verkocht?'


Ooit dacht ik dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dat en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dat en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit die en dit en dat en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dit en dat. Ooit. Wie had ooit gedacht dat dat gedacht zou worden. Ooit. Nou, nooit niet. Das war einmal oder nicht?


Gek, als je 'en dit' heel vaak achter elkaar in tikt, dan zou er toch een soepele cadans moeten ontstaan zodat je als het ware vloeiend, soepel en vrijwel in flow de letters foutloos op papier knalt. Maar dat lukt dus ff niet. Misschien omdat die woorden zo onbeduidend zijn. Of omdat het grapje niet zo leuk is, achteraf bekeken. Nu ja, whatever, volstrekt floatend schrijven zal wel niet werkelijk bestaan voor de mens. Al is het maar dat je af en toe terug gaat in de tekst omdat je een foutje hebt gemaakt. Of omdat je toch even spiekt op het scherm of er toch niet te veel fouten in staan. En je dan toch maar weer gaat corrigeren. Je mot juist doorschrijven sukkel!! En zo gaat er weer een dag voorbij.


Een dag als IK. Of een dag als ik. De kleine of grote ik. In het engels heb je alleen de grote Ik, immers ze gebruiken altijd ook in het midden van de zin, I. I als zijnde ik of Ik. In deze teksten wordt met name IK gebruikt verwijzend naar een illusoire identiteit die ons als ieder individu moet karakteriseren dan wel onderscheiden.


Of een dag met je zelf of een dag met Ik? Of een dag met jezelf? Wie is die zelf? Of wie is degene die zich bewust is dat ie het zelf is? Op het moment dat je je bewust bent dat jij het bent die denkt en doet, ben je dan die ik of ben je dan het zelf dat zich bewust is van die ik? Wie of wat is dat bewustzijn of gewaar zijn dat zich gewaar is van een zekere identiteit in de vorm van Ik. Is dat ook die Ik? Is dat het niets? Is dat een zelfbewustzijn dat zich neurologisch heeft gevormd en wat we aan en uit kunnen zetten. Als een soort bewustzijn en onbewustzijn. Immers we zijn ons grote delen van de tijd niet bewust van wat we doen. Veel gaat op de automatische piloot, ca. 99%, zeggen de psychologen. En toch, wie of wat is het dat ons ons laat gedragen zoals we ons gedragen of we er nu bewust van zijn of niet. Of is er niet perse iets of iemand die dat doet? Dus geen Ik en geen oneindige energie of welke bijzondere mystieke kracht dan ook?


Het blijft een raadsel. Sommige leraren claimen dat er een getuige is die die IK waarneemt en beschouwt en die die IK kan corrigeren dan wel flexibel kan laten opstellen. Die getuige kun je altijd aanzetten. Die kan gedachten en gevoelens van die IK zien en objectief bekijken. Daarmee wordt die IK geholpen ander gedrag te laten zien dan wel andere keuzes te maken of zijn weg te vervolgen als die weg goed bevalt en niet te veel pijn doet en vooral plezier oplevert dan wel meer voldoening.


Om het 'simpeler' te maken; als je nu aan je zelf vraagt wie die Ik is die je toch iedere keer gebruikt als je het over jezelf hebt, wat is dan je antwoord? En als er een antwoord komt, wie geeft er dan antwoord? Degene die de vraag stelt of degene die het antwoord geeft? Zooh, dat is lekker simpel. Het is zeker simpel als je geen antwoord hebt.


Het wordt lastiger als je toch een antwoord geeft. Welk antwoord het ook moge zijn.

je kunt zeggen dat je een optelsom bent van genetisch materiaal in combinatie met allerlei eigenschappen die daarin besloten liggen. en dat je daar een cocktail aan toegevoegd hebt van ervaringen en lessen die je in je leven hebt opgedaan. Dat stelt dan je Ik voor.


Je kunt zeggen dat jouw Ik een soort zelfbewustzijn is dat er voor zorgt dat je onderscheid kunt maken tussen al wat is. Kortom, dat je weet dat jij jij bent en de ander de ander. En dat je verschil weet tussen het ene wat je waarneemt en het andere wat je waarneemt. Datzelfde geldt voor allerlei gevoelens en tegenstellingen en sensaties die je ervaart. Gewoon handig, zo'n zelf die je helpt je door het leven te manoeuvreren.


Je kunt ook zeggen dat die Ik keuzes maakt en dat die Ik een zekere vrije wil vertegenwoordigt. Je bent het toch immers zelf die de dingen doet die je doet. Je bent het toch immers zelf die denkt wat ie denkt. Enzovoorts. Wie kan het anders zijn die het doet of denkt? Niet iemand anders toch?


Je kunt ook zeggen dat jij het bent omdat je een naam hebt, een achtergrond, een stamboom, een geboortedatum, een gezin, een familie, een leeftijd, een uniek uiterlijk, gewoonten, pijntjes, pleziertjes, genot, irritaties, blijdschap etc. Dat dat alles jouw zijn als een uniek iemand invult.


En zo kunnen we nog even doorgaan.

Het kan ook zijn dat je een mix geeft van die antwoorden. Anyway, die Ik is nergens te vinden. Hooguit als een soort mytische figuur. Als een soort sprookje. Als een soort entiteit die er alles aan doet gehoord te worden. Een entiteit die kost wat kost wil blijven bestaan. Die iets wil nalaten. Die iets wil betekenen. Die iets wil bereiken. Als een soort legend wil ie bekend staan.


Die Ik kan je aardig bezig houden. Vooral als je de hele tijd denkt dat jij het bent die gedachten heeft en gevoelens. Ook op de momenten dat je ze niet gewaar bent. En op de momenten dat ze er niet zijn. Gedachten en gevoelens komen en gaan. Alleen door de IK te activeren worden de gedachten diezelfde Ik. Jij denkt dat jij het bent die die gedachten en gevoelens hebt. Terwijl ze uit het niets komen en in het niets weer verdwijnen. Zomaar, tenminste als je ze met rust laat. Nou ja, met rust laten, als je weet of beseft of het inzicht hebt of doorziet dat het slechts gedachten zijn die gedachten worden omdat wij er gedachten van maken. Wij als IK.


Dus wat blijft er over als de gedachten en gevoelens er niet zijn? Oftewel niet komen en niet gaan. Wat is er dan?


Ecologie in zijn meest pure vorm?

Ja, ecologie. De samenhang der dingen. De wisselwerking tussen organismen als ook hun relatie met hun niet biologische omgeving. Ecologie.


En toch.

Hier en daar een bui.

Van neerslachtigheid en innerlijke triestheid en weemoed.

Lekker slecht voelen.

Moe en niet voldaan.

Startende de dag echter liever stoppend, zelfs daarnaar smachtend.

In de ochtend, middag of avond, of gewoon midden in de nacht.

Zomaar, erover tikken, neerzettend in woorden.

In het oor klinkt; 'spreek uw bericht in na de toon' immers, nog steeds bellend.

Irritaties over eigenlijk alles, niets uitgezonderd.

Soms peinzend over oorzaken en oplossingen.

Niet een krachtig willen of kunnen zijn en toch doorgaan.

Want ja, de schoorsteen......, je kent dat wel.

Oh oh oh oh, wat een chagrijnigheid, doelloosheid en zinloosheid.

Overal en nergens.

Bij een ieder, in alles.

Mongolen, sukkels en idioten, allemaal.

Dommigheid, naïviteit ,uitzichtloosheid voor allen is daar.

Grenzeloze arrogantie alles te kunnen en denken controleren en beheersen.

'Spreek uw bericht in na de toon'.

Zou het bijna doen....

Lekker janken en zeuren.

Zomaar.

Oh, en er hangt weer iemand op.

Klinkt ook niet zo fijn zoveel chagrijnigheid. Nodig niet uit zeker.

Sukkels.

Lekker janken en zeuren.

Bah, bah en nog eens bah en nog eens bah, gadverdegadverdegadverdegadver. Damme.

En klaar.

'Spreek uw bericht in na de toon'

halloooooh, Ik zegt net toch toch dat ie er klaar mee was....!!!!


-----------------------------------

'Ik kom, wie niet weg is, is gezien'


Leuk spelletje is het toch.

Verstoppertje.

Vroeger speelden we het veel.

Laatst nog werd het gespeeld door alle leerkrachten op een lagere school. Het was de afsluiting van een training die ze volgden. Ze besloten spontaan verstoppertje te gaan spelen in hun eigen school zonder kids trouwens. De leerlingen waren al naar huis, verstoppertje spelen waarschijnlijk.

Hoe leuk is het?

Vooral als ze je niet vinden.

Als ze net langs je heen lopen en je toch niet ontdekken. Je voelt de spanning door je lijf gieren. En het voelt als een soort nederlaag of teleurstelling als ze je toch vinden. En zelfs soms wel onrechtvaardig.

Hoe anders is het nu?!

Of speel je nog wel eens verstoppertje met je vrienden of wellicht met je kids?

Tegenwoordig is verstoppertje spelen not done. Je moet zichtbaar zijn. Je voortdurend tonen. Late zien wie je bent en waar je in gelooft. Of je talent of eigenaardigheid exploiteren. Hoe dan ook, je moet gezien worden.

Hoe je het doet maakt niet uit.

Met selfies, filmpjes, blogs, podcasts, video's, liedjes, vlogs die je post op alle digitale mogelijkheden en platforms die er zijn.

Dus je zou kunnen zeggen als je niet weg bent ben je gezien. En gezien worden betekent dat je niet weg bent.

Tja, en wie wordt er nu werkelijk gezien?

En wie is diegene die helemaal weg van jou is zodat jij je gezien voelt?

De persoon die het meest gezien wordt en schijnbaar nooit weg is, ben jij als IK.

Ik als zijnde jij. Jij die dit leest.

IK is het meest gebruikte woord door iedere persoon.

Het is o.a. daarom alsof het werkelijk bestaat. Het er werkelijk is.

Die IK is zo levensecht. Die speelt nooit verstoppertje. Die doet alles om te overleven. Die doet alles om te winnen. En voor jou voelt die ik als een levensechte entiteit. jij bent het immers. Fysiek toch ook (?), je ziet jezelf toch in de spiegel.

En toch.

IK is een illusie. Het is een constructie van je brein. En hoe die constructie er gekomen is of ontstaan is weten we niet precies. En we weten al helemaal niet wat er voor gezorgd heeft dat het er gekomen is.

Het is er en toch ook weer niet. Net zoals jij als je verstoppertje speelt. Je bent er even niet. Tenminste voor die anderen die jou niet zien en niet kunnen vinden. Voor jezelf ben je er nog steeds en toch ook weer niet. Jij als IK bent een illusie immers. Je bent dus als het ware al weg en niet gezien. Voor een ander en voor jezelf niet.

IK is dood zou je kunnen zeggen. IK is niet. En toch, door IK hier te benoemen, is te zeggen dat ie dood is, zorgt ervoor dat ie er toch is. Anders kun je niet zeggen dat ie dood is.

En kun je zeggen 'IK kom niet', dus zo van dan ben ik bevrijd van die ik??! Als het ware 'buurtvrij!'?

Neen, dat gaat ook niet. Je kunt je immers niet bevrijden van een illusie.......

'Buurtvrij' geldt alleen bij verstoppertje spelen......

Een illusie is ook Wat Is. Alles wat is, is. Jij, ik, 'ik kom', 'wie niet weg is gezien', je verstopplekjes, 'buurtvrij' enz.

En dat wat is, die oneindige energie, ook wel God genoemd (tenminste voordat God dood werd verklaard...) of Brahman (de ultieme onveranderlijke werkelijkheid) zoals ze het noemen in het Hindoeïsme speelt voortdurend verstoppertje. Die is meester in het verstoppen. Dat wat is, is in alles. En is een meester in het verstoppen.

Dus als IK een illusie is en dat wat is is een meester in het verstoppen, als het ware het verstoppen zelf, wie komt er dan nog? Wie zien we dan? Wie is er weg?

Is het niet, wie niet weg is niet gezien?

Of, wie weg is niet gezien?

Of, wie weg is, is gezien?

Of houden we het toch maar op, wie niet weg is, is gezien?

Nou ja, tijd om weer buiten te gaan spelen. Ga je mee?
















0 keer bekeken